Dit is het derde deel van een miniserie van drie uitzeindingen bij Radio Maria AM 675, juni 2010. De afgelopen twee uitzendingen in deze reeks hebben we ons verdiept in de Theologie van het Lichaam, een catechese van Johannes Paulus II, gegeven in de periode 1979 tot 1984 tijdens zijn audiënties op de woensdagmorgen. Daarin heeft hij een visie aan Kerk en de wereld willen meegeven op de lichamelijkheid bij de mens, het man en vrouw zijn, de seksualiteit, de vruchtbaarheid, het huwelijk, maar ook het celibaat. Zijn onderricht wordt gezien als een vervolg op de encycliek Humane vitaevan Paus Paulus VI, waarin deze – ingekaderd in een zeer positieve visie op de menselijke seksualiteit – het gebruik van toen nieuwe hormonale anticonceptie afwees.
Het onderricht van Paulus VI is over het algemeen slecht ontvangen in de westerse wereld. Sommige bisschoppen en bisschoppenconferenties hebben er zelfs afstand genomen. De westerse wereld is vrij massaal overgegaan op het gebruik van anticonceptie: de pil, het spiraaltje, condooms, etc. Dat sommige middelen abortief zijn werd nauwelijks als een bezwaar ervaren of zogezegd niet geweten. Sterker nog: abortus werd in de meeste westerse landen gelegaliseerd. De seksuele revolutie leidde tot een ‘alles-kan-alles-mag-cultuur’, ook onder jongeren die nauwelijks nog aan een huwelijk dachten. Het huwelijk raakte in diskrediet en samenwonen werd gemeengoed. Een steeds groter aantal huwelijken liep immers toch op de klippen.
Tegen die achtergrond heeft Karol Woytila al voor hij paus werd gewerkt aan een visie die de menselijke seksualiteit en vruchtbaarheid op een positieve, theologisch en antropologisch juiste, wijze voor wilde stellen. Later zijn veel elementen van dit onderricht verwerkt in de apostolische exhortatie Familiaris Consortio (1981), en – weer later – in de Catechismus van de Katholieke Kerk (1997). Maar in hoeverre zijn deze inzichten doorgedrongen tot het kerkelijk en maatschappelijk leven, bijvoorbeeld hier in de lage landen? In hoeverre hebben zij een plaats verworven in de jongerenwerking in de bisdommen, de parochies, het onderwijs en de zorg? Soms lijkt het dat naast de zg. ‘behoudende katholieken’ het alleen de nieuwe bewegingen en gemeenschappen zijn die de boodschap van de pausen hebben verstaan. Vanuit een persoonlijke bekeringsgeschiedenis op dit terrein heb ik, als kind van de jaren zestig, inmiddels 26 jaar gehuwd, vader van zes kinderen en voormalig leraar biologie dit onderwerp voor Radio Maria nader willen bekijken. De indruk is dat de Theologie van het Lichaam nog grotendeels onontgonnen terrein is. We willen met deze miniserie graag bijdragen tot de verdere ontdekking ervan, als een nieuwe verkondiging van het ‘evangelie van het leven’[1] en een evangelisatie van de menselijke seksualiteit. Gelukkig zijn er in Nederland en Vlaanderen ook al andere personen en instanties die daar hun bijdrage aan leveren.
Johannes Paulus II begint zijn onderricht met het plaatsen van de mens in de context van een betrouwbaar mensbeeld. Helaas is ons mensbeeld vaak te beperkt en binnenwerelds: alsof wij gewoon leven in de geschiedenis, verwekt worden, geboren, opgroeien, ons al dan niet voortplanten, dood gaan en voortleven in ons nageslacht. Wij zouden ons in dat opzicht nauwelijks onderscheiden van de dieren, tenzij dat we intelligenter zijn. Die intelligentie zou ons echter ook kunnen openen voor de vraag naar onze oorsprong en onze bestemming in metafysische zin. Daarvoor moeten we te raden durven gaan bij de openbaring die God ons in bijbel en kerkelijke traditie heeft gegeven. Johannes Paulus II laat Jezus aan het woord als deze spreekt over ‘het begin’, toen de mens nog nog geen ‘verhard hart‘ had[2]. In Genesis lezen we hoe de mens alleen was en naar een hulp verlangde die bij hem past[3]. De mens blijkt zo meer dan een dier een persoon te zijn, die naar gemeenschap en naar eenheid verlangt. ‘Vlees van mijn vlees, been van mijn gebeente’, roept de mens bij het zien van de vrouw, en zij gaan een gemeenschap aan van personen, vormen zo als paar meer dan als individu een beeld van God, die dé Liefdesgemeenschap van Personen is bij uitstek. Wij zijn geroepen te delen in de liefdesuitwisseling van de Drie-eenheid, als man en vrouw met onze kinderen. Alleen zo kunnen wij naar Gods beeld en gelijkenis te leven. Ons lichaam heeft zo het in zich huwelijksgemeenschap te vormen en teken te zijn van Gods liefdesgemeenschap, als het ware een sacrament. Met ons lichaam moeten wij elkaar liefhebben zoals de goddelijke personen in de Drie-eenheid elkaar liefhebben, totale onbaatzuchtige zelfgave. Daarom kunnen Adam en Eva naakt door het leven gaan, zij hebben immers niets van elkaar te vrezen. Die gevende liefde is bij God levengevend, scheppend en moet dus ook bij de mens, willen wij beeld van God zijn, in beginsel open staan voor het verwekken van nieuw van leven; anders mankeert er iets essentieels aan de lichamelijke gemeenschap.
Wie liefde zegt, zegt vrijheid. Liefde laat zich immers niet dwingen. Maar de vrijheid kan leiden tot de zonde. De liefde van God voor de mens wordt niet langer ontvangen als geschenk, maar genomen, in de vorm van de verboden vrucht, omdat God misschien niet te vertrouwen is[4]. En zo doet de wellust zijn intrede in de seksuele relatie tussen man en vrouw. Wij moeten onszelf voor de ander beschermen en bedekken daarom onze naaktheid, schamen ons daarom voor elkaar. Wij dreigen nu namelijk een lustobject voor elkaar te worden en niet langer een te respecteren persoon. Een wederzijds egoïsme treedt de huwelijksrelatie binnen. De ander is er om mijn doelen te realiseren. Het huwelijk wordt zo een moeilijke zaak, vanwege de ‘hardheid van ons hart’. Jezus komt echter die geschonden mensheid herstellen. Hij komt om de mens naar het vlees te laten kruisigen en te doen opstaan tot een nieuw leven naar het oorspronkelijke plan van de Vader. Jezus komt op aarde om ons zijn lichaam te geven aan het kruis en in de eucharistie, en om als het ware ‘één vlees’ met ons te worden. Zijn komst bewerkt bij ons, als wij ons voor Hem weten open te stellen, een transformatie van het hart, die ons in staat stelt heilig te leven. Paulus beschrijft die heiligheid als een onderdanig aan elkaar zijn in Christus, dat onderdanigheid van de vrouw aan de man insluit, maar ook een bereidheid van de man om voor zijn bruid, zoals Jezus zijn leven te geven[5]. Voor Paulus en voor de Kerk is daarmee het huwelijk niet alleen een icoon van de Drie-eenheid, maar ook een icoon van de band tussen Christus en de Kerk, tussen God en de mens. Door de gehele joods-christelijke traditie heen zal het huwelijk verwijzen naar meer dan alleen een band tussen man en vrouw, naar Gods liefdesgemeenschap zelf waarin wij door het dienstwerk van Jezus mogen delen. Dat alles zal uitmonden in een eeuwige vereniging met God, na dit aardse leven, waar we uiteindelijk, lichamelijk bij onze opstanding in een voor ons nog moeilijk te begrijpen verheerlijkt lichaam in de hemel Gods gelukzalig zullen aanschouwen en met Hem verenigd zullen zijn.
Zo hebben we met Johannes Paulus II in korte bewoordingen het grote kader geschetst en de waarheid over de mens en de seksualiteit proberen verwoorden. Alleen zo kan je de roeping van de mens verstaan om als gehuwde of als celibatair te leven. Van het celibaat weten we dat het niets te maken heeft met de verwerping van het lichamelijke of de seksualiteit, maar met een anticipatie op de eeuwigheid, waar de gelukzaligheid het lichamelijke zodanig overstijgt dat er geen sprake meer hoeft te zijn van huwen en gehuwd worden. Celibatairen zijn al hier op aarde geroepen om die hemelse vereniging met God, de Bruiloft van het Lam, te beleven. Om even bij de actualiteit aan te haken: niet het celibaat leidt tot seksuele misdaden, maar de zonde van de wellust, de nog niet verloste seksualiteit. Zowel de gehuwde als de celibatair is geroepen zich van de wellust te laten verlossen door het kruis van Christus. Seksuele verlangens blijven, zowel in het leven van de celibatair als in dat van de gehuwde. Voor de gehuwde kunnen en mogen deze leiden tot de geslachtsdaad waarin God als het ware zichtbaar wordt. In het celibaat wordt het seksuele verlangen aan God aangeboden als een offergave die kan dienen als een getuigenis van hetgeen ons in de eeuwigheid te wachten staat: een nog veel groter geluk dan dat van de seksualiteit hier op aarde. Dat is een roeping, die niet iedereen is gegeven. Maar dat betekent niet dat een gehuwde iemand is die zijn of haar lusten niet de baas is en daarom maar trouwt. Ook in het huwelijk zijn we geroepen lief te hebben zoals God liefheeft, zoals Christus zijn Bruid, de Kerk, liefheeft: zonder egoïsme, zichzelf geheel wegschenkend aan de ander.
=== muziek =====
Hoe moet de liefde tussen man en vrouw die zij beleven in hun lichaam er nu concreet uitzien? Volgens de Theologie van het Lichaam moet die liefde, conform dat wat we in de huwelijksgelofte uitspreken, vier eigenschappen kennen:
1. vrijheid: de liefdesband moet in volledige vrijheid aangegaan worden
2. totaliteit: de liefdesrelatie moet totaal zijn, de gehele persoon betreffen
3. trouw: de liefdesrelatie moet trouw beleefd worden
4. vruchtbaar: de liefde moet vruchtbaar mogen zijn.
De liefdesband tussen man en vrouw die deze vier kenmerken kent, noemen wij ‘huwelijk’. Ontbreekt één van deze elementen, dan kan je in feite niet van echte huwelijksliefde spreken. Dan is de relatie niet langer een beeld van de goddelijke liefde, of die van de liefde van Christus voor zijn Kerk.
We kunnen nu eenvoudig nagaan hoe een aantal praktijken die we in de wereld van de seksualiteit tegenkomen zich verhouden tot deze vier eigenschappen van het huwelijk. Bij anticonceptie wordt met voorbedachte rade de vruchtbaarheid van de geslachtsdaad losgesneden. In plaats van het leven toe te laten, wordt het in de kiem gesmoord, al voordat de bevruchting kan plaatsvinden, of direct daarna, wat in feite abortus inhoudt. Denk aan de abortieve effecten van de pil, de nood- of morning-afterpil, en het spiraaltje. Hetzelfde geldt voor sterilisatie, het gebruik van het condoom, of coïtus interruptus,. Buitenechtelijke seksuele relaties en samenwonen, homoseksualiteit, pornografie, zelfbevrediging, overspel, verkrachting: het zijn allemaal vormen van omgaan met de menselijke seksualiteit die op één of andere manier een streep zetten door het oorspronkelijke plan van God met het menselijk lichaam dat bedoelt is voor het huwelijk. Het grote thema van onze tijd sinds de pil is het loskoppelen van de vruchtbaarheid van de seksuele beleving. Sigmund Freud heeft al gezegd dat seks pervers wordt indien je de reproductieve functie ervan los maakt. De vruchtbaarheid is als het ware de hoeksteen van de seksuele moraal. We zien dan ook dat met de acceptatie van de anticonceptie in brede lagen van de bevolking in de seksuele revolutie alles zo’n beetje geoorloofd is geworden. Er is geen noodzaak meer om te trouwen en de seksualiteit is er vooral om de eigen behoeften te bevredigen. De anticonceptie is een schending van de huwelijksbelofte die de vruchtbaarheid insluit. We liegen dan in feite met ons lichaam. Het is ook niet aan ons om het huwelijk te herdefiniëren. De definitie van het huwelijk komt toe aan God, die dat van in het begin, bij Adam en Eva, gedaan heeft.
Er zijn volgens Johannes Paulus en de kerkelijke traditie concreet twee wegen te begaan: die van het huwelijk en die van het celibaat. Voor gehuwden had Paulus VI al het principe van het verantwoord ouderschap meegegeven. Wij moeten verantwoordelijk met de seksualiteit en de de vruchtbaarheid omgaan. Wij moeten dus niet meer kinderen verwekken dan wij aankunnen. Tegelijk moeten we niet ons aantal kinderen laten bepalen door angstvalligheid, het aantal zitplaatsen in onze auto of het vakantiebudget. De Kerk vraagt ons om genereus en verantwoordelijk met de vruchtbaarheid om te springen. Het doel dat wij wensen te bereiken van een niet te groot aantal kinderen, een zekere spreiding van de geboorten, mag niet met om het even welk middel nagestreefd worden.
Door een goede zelfbeheersing kunnen we ons onthouden in de vruchtbare perioden van de cyclus. Daarmee bewijzen we onze liefde voor de ander meer dan door het ongeremd toegeven aan onze verlangens. De methoden voor natuurlijke vruchtbaarheidsbeheersing blijken even betrouwbaar te zijn als ‘de pil‘ en er zijn instanties in Nederland en Vlaanderen die goede vorming aanbieden aan echtparen. Maar zelfs de natuurlijke methodes kunnen voor oneigenlijke doelen aangewend worden. Een echtpaar dat de natuurlijke ritmen respecteert, om vervolgens één kind, twee luxe wagens en drie vakantiewoningen er op na te houden, gaan niet genereus om met de vruchtbaarheid en doen in feite ook aan anticonceptie, zij het langs natuurlijke weg.
En dan is er nog de mythe van de overbevolking. Sinds de invoering van de pil is de westerse beschaving als we niet uitkijken bezig zichzelf uit te roeien. De geboortecijfers zijn zo laag, dat wij onszelf niet eens meer vervangen en regeringen voor grote problemen zijn komen te staan van vergrijzing. Wie gaan de kosten van de gezondheidszorg en de pensioenen betalen als wij minder dan twee kinderen per echtpaar op de wereld zetten.
Waarom wel toestaan toestaan dat er langs natuurlijke weg zwangerschappen vermeden worden en niet langs kunstmatige weg? Het na te streven doel is toch hetzelfde? Het is te vergelijken met palliatieve zorg en euthanasie. De onvruchtbare perioden van de vrouw, en de natuurlijke dood zijn zaken die God in de schepping heeft gelegd; kunstmatige anticonceptie en euthanasie zijn handelingen van mensen die tegen het leven dat God gegeven heeft ingaan. Natuurlijke geboorteregeling en palliatieve zorg passen in een cultuur van het leven; anticonceptie, abortus en euthanasie horen bij een cultuur van de dood. We zijn geroepen tot de liefde en het leven, niet tot de zelfzucht en de dood. En dat alles om te delen in de liefdesgemeenschap die God is en deze tegenwoordig te stellen en te realiseren, hier op aarde, met uitzicht op de vervulling in de eeuwigheid.
De seksualiteit in dat perspectief beleven vraagt om kuisheid, dat is de geslaagde integratie van de seksualiteit in de menselijke persoon[6]. Om die kuisheid te bereiken is het absoluut nodig dat wij een leven leiden in verbondenheid met God. Elke man en vrouw zou dagelijks een geruime tijd aan persoonlijk gebed moeten besteden om zijn of haar leven voor God te leggen en zich door Hem te laten omvormen tot dat wat waarlijk beeld van God is. En waarlijk beeld van God zijn betreft volgens Johannes Paulus II niet in de laatste, maar eerder in de eerste plaats onze beleving van de seksualiteit. Juist deze moet dus door gebed gezuiverd worden. Het ontvangen van de eucharistie, waar Jezus ‘één vlees’ met ons wordt, is een infusie van goddelijke liefde die ons in staat stelt te leven volgens het originele plan van God voor ons lichaam. De regelmatige biecht, zeker maandelijks, is de noodzakelijke remedie tegen elke overreding die wij begaan tegen de huwelijksliefde. Ook het gezamenlijk gebed van de echtelieden helpt om de huwelijksgemeenschap naar Gods plan te beleven en haar te zuiveren van elke vorm van egoïsme en het tot object maken van de andere persoon voor eigen doelen. Ook kan u van harte de Catechismus van de Katholieke kerk aanbevelen om u nader te laten informeren over wat de Kerk over dit onderwerp zegt. En tenslotte is de juiste beleving van de seksualiteit binnen het huwelijk vandaag een concreet middel tot herevangelisatie van onze tijd, waarin totale zelfgave, trouw en een fundamenteel respect voor het leven, maar ook de sacramentele dimensie van de seksualiteit ver te zoeken zijn. Door ons levensgetuigenis, in woord en daad, maken we God op een heel tastbare, lichamelijke manier zichtbaar in de wereld.
Daarmee ben ik aan het eind gekomen van deze verkenning van de Theologie van het Lichaam.
U kunt deze serie van drie uitzendingen nalezen via de website biofides.eu. en ik ga ook proberen de geluidsbestanden ervan online te krijgen zodat u het nog een kunt terugluisteren. Op die website zal ik ook mijn bronnen vermelden. Na de muziek ben ik nog beschikbaar voor uw vragen, die ik zeer op prijs stel. Ik dank u hartelijk voor uw aandacht.
[1] De titel van de encycliek ‘Evangelium vitae’ van paus Johannes Paulus II, 1995
[2] Mattheüs 19 vers 8.
[3] Genesis 2.
[4] Genesis 3.
[5] Efese 5, 21-32.
[6] Catechislus van de Katholieke kerk nr. 2337
Terug naar ‘Theologie van het Lichaam’
0 Reacties tot “3. De Roeping van de Mens en Concrete Vragen”