Die is het tweede deel van een een serie van drie uitzendingen bij Radio Maria AM 675 en via het internet. In deze serie van drie uitzendingen deel ik met u de vrucht van een oriënterende studie over de theologie van het lichaam van Johannes Paulus II, een studie die ik heb gedaan als oud-leraar biologie met theologische vorming en als echtgenoot en vader van zes kinderen.
Vorige week hebben we bij de eerste aflevering in deze reeks een situatieschets gemaakt van de visie op de seksualiteit en de vruchtbaarheid van de mens, zoals die zich in de twintigste eeuw heeft ontwikkeld. U weet waarschijnlijk dat in de jaren zestig, kort na het Tweede Vaticaanse Concilie, Paus Paulus VI in zijn encycliek Humane vitae geantwoord heeft op een aantal recente ontwikkelingen rond de geboorteregeling, met name de uitvinding van de pil in 1960, nu 50 jaar geleden. De paus heeft toen de aloude christelijke opvatting herbevestigd, dat de seksuele eenwording tussen man en vrouw altijd binnen het huwelijk zou moeten plaatsvinden, en in principe altijd open zou moeten staan voor het verwekken van nieuw menselijk leven. De menselijke seksualiteit heeft als doel de eenwording van de echtelieden, echter niet zonder de vruchtbaarheid. Dat betekent niet dat katholieke echtparen zoveel mogelijk kinderen zouden moeten krijgen. Zij moeten een verantwoord ouderschap aan de dag leggen. Als belangrijke redenen, bijvoorbeeld van psycho-sociale of economische aard, de geboorte van een kind, of van verdere kinderen, onverantwoord maken, kunnen de gehuwden gebruikmakend van de onvruchtbare perioden in de cyclus van de vrouw, wél gemeenschap hebben zonder daarbij nieuw leven te verwekken. Daarmee zetten ze geen streep door het plan van God met hun vruchtbaarheid: ze dragen er eerder toe bij. Kunstmatige ingrepen om de seksualiteit onvruchtbaar te maken acht de Kerk ongeoorloofd, omdat deze een potentieel vruchtbare daad van zijn vruchtbaarheid beroven.
We weten ook dat de jaren zestig de seksuele revolutie hebben gekend. Een grote omwenteling in het seksuele denken en handelen in de westerse wereld, niet in het minst in de lage landen. Paus Johannes Paulus II blijkt als kardinaal Woytila in Polen al gewerkt te hebben aan een meer uitgewerkte visie op de relatie tussen man en vrouw, de seksualiteit, de vruchtbaarheid en het huwelijk. Deze visie heeft de naam ‘Theologie van het Lichaam’ meegekregen en kan gezien worden als een uitwerking van Humane vitae. Tijdens zo’n honderddertig korte toespraken in de periode 1979 tot 1984 heeft hij die visie aan de kerk en de wereld mee willen geven, niet zomaar als een thema naast andere religieuze of morele thema’s, maar als een hoofdthema in het leven van de gelovigen en van de Kerk. In feite is het hele geloof doordrongen van de thematiek van de relatie man en vrouw, van een huwelijkssymboliek. Man en vrouw zijn geschapen naar Gods beeld en geroepen om één vlees te worden en vruchtbaar te zijn. Al het andere in het leven van de gelovige en de Kerk hangt hier mee samen. De katholieke kerk blijkt een fundamenteel positieve visie op de lichamelijkheid van de mens, het man en vrouw zijn, de seksuele eenwording en de vruchtbaarheid te hebben. Dit in tegenstelling tot wat van ons katholieken vaak wordt gedacht. Volgens sommigen zouden wij seks ‘vies’ vinden, of zelfs ‘slecht’, maar tegelijkertijd zoveel mogelijk kinderen willen verwekken. Plezier beleven aan seks zou verdacht zijn en christenen zouden preuts zijn. Celibataire priesters zouden hun seksualiteit verdringen en zich daarom aan kinderen vergrijpen. De Theologie van het Lichaam kan dit beeld bijstellen en de waarheid vertellen over hoe de Kerk over seksualiteit en vruchtbaarheid denkt.
De paus begint daarbij over de mens in zijn oorspronkelijke situatie te spreken, geschapen naar Gods beeld als man en vrouw, geroepen vruchtbaar te zijn, maar nog zonder de zonde. Man en vrouw herkennen in elkaars lichaam de persoon van de ander, verlangen naar de eenheid en zullen het leven dat daar het gevolg van is ontvangen als geschenk van God. Zij zijn anders dan dieren, ze zijn persoon, meer dan alleen een lichaam met instinct. Het lichaam verwijst bij de mens naar een geestelijke realiteit, de menselijke geest die hem ingeblazen is geworden, de geest die uiteindelijk van God komt en de mens in staat stelt God te kennen. In de naaktheid waarin zij elkaar zien worden zij nog niet op het verkeerde been gezet door de zonde: zij respecteren elkaar volledig als persoon en hoeven hun lichaam dus nog niet voor elkaar te bedekken. Bovendien zijn zij als gemeenschap van personen, meer nog dan als individu, beeld van de gemeenschap van Personen die Vader, Zoon en Geest zijn, de Drie-ene God in wie wij geloven. Zij zijn geroepen lief te hebben ‘zoals God liefheeft’, en ‘zoals Christus ons heeft liefgehad’[1], door zichzelf geheel te geven. In de Drie-eenheid is vooral gevende en ontvangende liefde, zo ook in de relatie tussen Adam en Eva. Er is geen plaats voor ‘grijpende liefde’. Die liefde in de Drie-eenheid wil zich uitbreiden en is daarom scheppend. Daarom ook is de liefde tussen man en vrouw slechts liefde naar Gods beeld als ze in beginsel vruchtbaar mag zijn. Het lichaam van man en vrouw en de seksuele eenwording worden zo in plaats van een doel op zich een teken of sacrament. Ze duiden iets aan dat het lichamelijke overstijgt: de werkelijkheid van een God die liefde is, gemeenschap van Personen en scheppend. De relatie die man en vrouw zo met elkaar aangaan noemen wij huwelijk en dus heeft het lichaam – zoals Johannes Paulus II het noemt – een huwelijksbetekenis.
Dat is het originele plan. Maar zo is het niet gebleven. God, die ons geschapen heeft als vrije personen, heeft het risico aanvaard van de zonde: dat te doen wat niet overeenkomt met het oorspronkelijk plan en daarom ook niet goed voor ons is. Er bestaat blijkbaar een Verleider, die ons op het verkeerde been zet en ons tot die zonde aanzet. Waarin bestaat die zonde? Gods gevende liefde wordt door de Slang ter discussie gesteld. Satan valt Eva aan en bedreigt zo de eenheid tussen man en vrouw. Hij verdraait de woorden van God. Liefde is niet langer iets dat je van God moet ontvangen, maar waar je naar moet grijpen. Gaat de mens daarop in, dan tast dat de oorspronkelijke gevende liefde in de relatie tussen man en vrouw aan. In de seksualiteit verliezen we de onschuld die ons in staat stelde naakt en onbevangen met en voor elkaar te leven. We moeten ons beschermen tegen onszelf, tegen elkaars egoïsme, en daarvoor dient de schaamte en het bedekken van onze naaktheid. We grijpen naar liefde en de wellust doet zo zijn intrede. De ander wordt object voor eigen doelen, in plaats van dat ik er helemaal voor de ander ben. Jezus spreekt van de overspel van het hart. Wie met wellust naar een ander kijkt heeft in zijn of haar hart al overspel gepleegd[2]. De huwelijkse betekenis van het lichaam is geschonden. Om welke vorm van seksualiteit het ook gaat, ook die tussen man en vrouw binnen een huwelijk: als de lust de belangrijkste drijfveer wordt, en niet de gevende liefde, dan is de relatie beschadigd, wordt de persoonlijke waardigheid van de ander geschonden, voldoet het seksuele relatie niet meer aan het oorspronkelijk plan van God, is het huwelijk geen icoon meer van de liefdesuitwisseling in de Drie-eenheid. Was de mens bij de vorming uit de aarde ‘geïnspireerd’ – God blies zijn levensgeest in hem[3] -, door de zonde wordt de geest als het ware ‘geëxpireerd’. Een levengevende liefdescultuur verandert in de cultuur van wellust, van zonde. Maar God zij dank is er redding.
==== muziek ===
Nadat de zonde zijn intrede gedaan heeft in het leven van man en vrouw geeft God de mens eerst de wet van Mozes heeft gegeven. Daarin wordt de seksualiteit omkaderd door het verbod op ‘onkuisheid’ en ‘begeerte van de vrouw van uw naaste’, uiteindelijk is het de komst van Jezus Christus, die de mens zal genezen van het ‘overspel van het hart’. Jezus komt de mens niet veroordelen maar redden. Door de ontmoeting met Jezus bekeren zondaars zich en nemen een nieuwe levensstijl aan[4]. Door Zijn dood en verrijzenis breekt Hij de macht van de zonde en bevrijd Hij de mens ervan. Hij komt een ethos van het hart brengen, een levende moraliteit. Hij komt een transformatie bewerken, bevrijding van de wellust, mannen en vrouwen in staat stellen om opnieuw een oprechte wederzijdse gave voor elkaar te zijn. Door de verrijzenis worden man en vrouw herschapen in hun mens-zijn. Dat vraagt om een werkelijke bekering van het hart van de mens: te geloven in Degene die God gezonden heeft om ons te redden van een leven in wellust, een relatie met Hem aan te gaan en een nieuw leven te beginnen. Gebed en het ontvangen van de sacramenten die Christus aan de kerk heeft gegeven zijn bewerken een soort infusie van heiligheid: Gods liefde wordt in ons hart uitgestort. Gods gave betreft dan ook Zijn Geest die ons gezonden wordt en die ons in staat stelt te leven volgens het originele plan van God in gevende liefde. We zijn geroepen, ook in de intieme relatie tussen man en vrouw, te leven naar de Geest en niet ‘naar het vlees’. Het ‘vlees‘ betekent hier: de gehele menselijke persoon, los van God. Leven naar de Geest is geen afwijzing van het lichaam, maar jezelf laten inspireren door God. Leven in de Geest bevrijdt ons van de verslaving aan de hartstochten. Het bevrijd ons niet van onze seksuele verlangens, want daar hoeven we helemaal niet van bevrijd te worden: die horen bij het originele plan van God voor man een vrouw, opdat zij één vlees zouden zijn en icoon van de eenheid die er in de Drie-eenheid is. Maar de zonde die de mens in zijn vrijheid heeft aangetast en tot slaaf van zijn verlangens heeft gemaakt moet door Christus in ons uitgewist worden en door de Geest omgevormd worden tot een zuivere liefde, die vol verlangen is, maar nooit egoïstisch en de ander nooit tot een instrument voor mijn behoeftebevrediging maakt. Een seksueel verlangen dat niet de baas is over mij, omdat ik mijn vrijheid hervonden heb. De erotiek krijgt haar oorspronkelijke betekenis terug.
De uitnodiging van het christelijke geloof is om gehuwd of ongehuwd een zuiver leven le leiden. Dat betekent geen onderdrukking van de seksualiteit, maar de seksualiteit op een hoger plan tillen, op een persoonlijk vlak, door de waardigheid van de menselijk persoon ten volle te erkennen en in de seksualiteit een teken te zien dat naar God verwijst. Het lichaam heeft een huwelijksbetekenis, dat wil zeggen dat het bestemd is voor een gemeenschap van personen, meer dan een gemeenschap van lichamen alleen. Een volwassen zuiverheid is een positieve en beheerste manier om de seksualiteit te beleven ‘in eenvoud, helderheid en vreugde’[5]. Er is een negatieve en een positieve weg naar die zuiverheid. De negatieve is het afstand nemen van de zonde, je niet laten verleiden, de gelegenheid tot zonde vermijden. De positieve weg is die van het leren zien van het lichaam als teken van een goddelijk mysterie, het zien – zelfs van naakt – met een zuiver hart. Johannes Paulus II heeft in 1994 in de Sixtijnse Kapel de afdekkingen van de schaamdelen van de geschilderde figuren laten verwijderen. Het verschil tussen artistiek naakt en pornografie is immers gelegen in de instelling van het hart van de schilder en de toeschouwer. Is men uit op het opwekken van lust of wil men het mysterie van de menselijke persoon oproepen en de theologie van het menselijk lichaam verkondigen. Het leidt natuurlijk geen twijfel dat Michelangelo het laatste voor ogen stond en aan ons om ook zo naar dit artistiek naakt te kijken. In zoverre wij daar niet in slagen moeten we misschien niet de schilderijen bedekken, maar vooral ons hart door Christus laten omvormen. Verlossing is namelijk een reële mogelijkheid die christenen kunnen beleven. Het kruis van Christus is krachtig in het leven van de gelovige. De opstanding is mogelijk in ons leven. Daardoor zijn wij in staat om de seksualiteit te richten op wat werkelijk waar, goed en mooi is.
Nadat de paus heeft gesproken over de oorspronkelijke situatie van de mens en die van de mens in de geschiedenis, een tijd gekenmerkt door zondeval en opstanding, rest hem ons te spreken over de eindbestemming van de mens, zowel geestelijk als lichamelijk. Uiteindelijk zullen we immers het tijdelijke inleveren voor het eeuwige en de vraag is hoe we dit dan moeten zien, binnen het kader van een Theologie van het Lichaam. Wij geloven niet alleen in het voortbestaan van onze ziel, onze geest, maar ook die van de verrijzenis van ons lichaam, misschien een van de moeilijkere geloofspunten voor ons, levend in een materiële realiteit[6]. Bij onze aardse dood worden ziel en lichaam tijdelijk van elkaar gescheiden, tot aan de opstanding der doden. Bij die opstanding wordt ons lichaam op een voor ons nog onbegrijpelijk wijze in de heerlijkheid opgenomen, zoals dat nu al voor Jezus en Maria het geval is. Het sterfelijke, zegt Paulus[7], wordt met onsterfelijkheid bekleed. Het gaat om een verheerlijkt lichaam, een verheffing tot een bovennatuurlijk niveau, een vergoddelijking. Ook al gaan wij naar de hemel als man of vrouw, ook in onze lichamelijkheid, er zal daar geen sprake meer zijn van huwelijk en seksualiteit[8]. Seks en huwelijk zijn iets van de aarde en een voorafbeelding van de hemelse eenheid tussen Vader, Zoon en Geest, en tussen Christus en Zijn Kerk[9], de Bruiloft vanher Lam[10]. De eenheid die in de hemel beleefd wordt is oneindig veel groter als de eenheid die man een vrouw in de lichamelijke seksualiteit kunnen beleven. Wat niet wegneemt dat de seksuele eenwording van man en vrouw in de geslachtsdaad al wel als een hemelse ervaring kan gelden, daar tenminste al sterk aan doet denken. De seksuele eenwording op aarde is de icoon van de hemelse eenwording met God. Door de zonde hebben wij van de seksualiteit een idool van gemaakt: alsof seks hier op aarde alles is. Dat is een overdrijving, ingegeven door obsessie en een een vertekend beeld van wie wij zijn, zonder God. De aardse seksualiteit, ook in het huwelijk, kan nooit geheel vervullen: de ultieme vervulling wacht ons in de hemel, in de gelukzalige aanschouwing van God in de gemeenschap van heiligen.
==== muziek ===
Lichamelijkheid en seksualiteit hebben we zo met Johannes Paulus II in waarheid besproken: het oorspronkelijke plan van God, de effecten van de zonde en de verlossing in de geschiedenis van de mensheid, en tenslotte de vervulling van al onze verlangens in de eeuwigheid bij God. Tenslotte bespreken we de twee wegen waarlangs de mens hier op aarde de seksualiteit kan beleven volgens de traditie van de kerk: het celibaat en het huwelijk. Wat het celibaat aangaat: in de eerste plaats moet gesteld worden dat het daarbij geenszins gaat om een onderdrukking, noch om een minachting van de seksualiteit. Het is een ‘voorbijgaan’ aan het huwelijk als anticipatie op de Bruiloft van het Lam in de hemel. Het is een reeds hier op aarde zoeken van de ultieme vervulling in de eenheid met God. Dat is niet voor iedereen maar voor sommigen[11]. Het is een vrije keuze van enkelen die zich daartoe geroepen weten. Men spreekt vaak van verplicht celibaat, maar in feite is dat onbestaand: mannen en vrouwen kiezen geheel vrij voor het celibaat. Het gaat om een aparte roeping, los van de vraag of iemand priester wordt. Priesters worden in de Westerse kerk echter gekozen uit mannen die celibatair willen leven. Maar celibatair of gehuwd, priester, broeder of zuster, allen zijn geroepen tot een zuivere, verloste beleving van de seksualiteit: niet beheerst door de wellust, maar door de liefde die zichzelf geeft. Celibatairen kiezen er vrijelijk voor geen gevolg te geven aan de natuurlijke seksuele gevoelens die ook zij hebben. Een celibatair die zich aan een kind vergrijpt heeft zijn seksuele gevoelens net zo min juist georiënteerd als een niet-celibatair die dat doet. Als een celibatair zijn seksuele gevoelens niet de baas is, is trouwen ook niet persé de oplossing, want hij zal zich ook in dat huwelijk onzuiver opstellen, zich door wellust laten leiden en de vrouw tot object reduceren van zijn seksuele aandrang. Waar het dus op aankomt is, dat hij de zonde van de wellust te boven komt, welke levensstaat hij ook kies[12]. Overigens blijkt uit de statistieken dat seksueel misbruik zich veel meer voordoet bij mannen die geen celibaatsgelofte hebben afgelegd, dan bij mannen die die dat wel hebben gedaan. Alleen worden deze laatsten er veel meer op aangekeken, zeker als ze ook nog priester of bisschop zijn, veel meer dan ‘gewone’ mannen die bijvoorbeeld sportleraar, onderwijzer of politieagent zijn. En terecht, want van mannen die een celibaatsgelofte hebben afgelegd voor God mag iets meer verwacht worden. Celibaat is dus een teken, dat aanduidt dat er een hemelse realiteit is; waarvoor men bereid is alles op te geven, een hemelse realiteit ook, waar lichamelijk genot bij in het niet valt, hoe mooi, goed en door God gewild dat lichamelijk genot ook is. Het kan net als een gelukkig huwelijksleven pas beleefd worden als de persoon in kwestie bevrijd is van de wellust die hem of haar aanzet tot seksueel gedrag anders dan oorspronkelijk door God bedoeld. In die zin is celibaat ook niet ‘beter‘ dan huwelijk, misschien wel ‘hoger’. Het is meer een bovennatuurlijke roeping, waar huwelijk meer een natuurlijke roeping is. Maar dat mag nooit uitgelegd worden als een diskwalificatie van het huwelijk, dat zijn volle betekenis houdt als teken van God zelf. Celibaat en huwelijk vullen elkaar aan: pas als hetgeen je opgeeft echt waardewol is, stelt je ‘offer‘ iets voor. Het celibaat, waarbij afstand wordt gedaan van de beleefde seksualiteit, toont dus zo hoe waardevol het huwelijk is. En voor de gehuwden is het celibaat een teken dat hen er aan herinnert, dat hun aardse band, hoe mooi ook, geen idool is of doel op zich, maar een voorteken van een hemelse vereniging met God.
Deze week laten we het hierbij. Volgende week gaan we meer in detail bezien wat de Theologie van het Lichaam betekent voor de beleving van de relatie man en vrouw in het huwelijk. U kunt op de website www.biofides.eu een verwijzing vinden naar de teksten van deze serie en ook per e-mail reageren via biofides@gmail.com
Ik dank u hartelijk dat u geluisterd hebt.
[1] Efese 5, 25
[2] naar Mattheüs 5, 28 (Nieuwe Bijbelvertaling)
[3] Genesis 2, 7
[4] Denk aan Zacheüs, Maria Magdalena en vele anderen
[5] TvL 58,7
[6] Catechismus ven de Katholieke kerk, nrs. 997-1001
[7] 1 Korinthe 15, 54
[8] Mattheüs 22
[9] Efese 5, 31-32
[10] Apokalyps 19, 7
[11] Zie de woorden van Jezus in Mt. 19.
[12] Het is niet het celibaat dat bijdraagt tot seksueel misbruik, maar de zonde van wellust.
Terug naar ‘Theologie van het Lichaam’
0 Reacties tot “2. De Geschiedenis van de Mens en zijn Bestemming”