Dit is een transcript van een op basis van aantekeningen uitgesproken opname voor Radio Maria AM 675 (en via het internet) betreffende de Theologie van het Lichaam. De tekst en geluidskwaliteit laat daardoor hier en daar te wensen over.

Goedemorgen luisteraars van Radio Maria.

Mijn naam Vincent Kemme en ik ben gevraagd u vandaag te spreken over de Theologie van het Lichaam. Maar ik zal mijzelf eerst eens aan u voorstellen. Ik ben gehuwd, drieënvijftig jaar en vader van zes kinderen. Ik woon met mijn gezin in de Vlaamse Rand rond Brussel, hoewel wij Nederlanders zijn. Wij wonen nu bijna tien jaar in Vlaanderen. Ik heb in Utrecht biologie gestudeerd, einde jaren zeventig, begin jaren tachtig. En tijdens die studie heb ik door een ontmoeting met de Charismatische Vernieuwing een geloofsommekeer meegemaakt van – laten we zeggen – een agnostisch leven tot een geëngageerd katholiek leven. Een jaar later ontdekte ik de Emmanuel-gemeenschap in Paray-le-Monial in Frankrijk en terugkomen heb ik een beetje mee aan de wieg mogen staan van de gemeenschap in Nederland. Dat is ook mijn werk geworden: ik heb een vijftal jaar gewerkt voor de stichting Getuigenis van Gods Liefde in het kader van het vormings- en evangelisatiewerk van Emmanuel-Nederland. Wat later ben ik ook theologie gaan studeren, met name in Brussel bij de Franstalige Jezuïeten. In die periode ben ik ook gaan lesgeven in Tilburg aan de Sint-Jozefschool en later aan de Europese Scholen in Brussel. Op dit  moment houd ik mij onder meer bezig met ‘Biofides’, mijn persoonlijke apostolaat op het terrein van biologie en geloof. De idee daarvan is te komen tot een ‘verkondiging van het evangelie van het leven’.

Ons onderwerp van vandaag is dus de Theologie van het Lichaam. Dat behoeft een beetje introductie. De situatie waarover we spreken is die van een wereld waarin met name de seksuele moraal bijzonder vrij is geworden. De Theologie van het Lichaam behandelt de plaats van de seksualiteit en de vruchtbaarheid in het  leven van de mens, van man en vrouw, natuurlijk in een godsdienstige context. Maar de tijd waarin wij leven wordt (op dit punt) volledig anders ingevuld dan de Kerk dat zou willen of zich voorstelt. De seksuele moraal is totaal vrij geworden, de anticonceptie volledig aanvaard (of contraceptie, zoals het hier in Vlaanderen meestal gezegd wordt). Seksuele contacten hebben plaats in alle mogelijke relatievormen, heteroseksueel of homoseksueel, Het trouwen is bijna afgeschaft of zeker sterk afgenomen, ten gunste van het samenwonen (ongehuwd), echtscheiding is aan de orde van de dag, buitenechtelijke relaties net zo, geloof en Kerk zijn vrijwel op de achtergrond verdwenen als het gaat over de levensstijl die mensen zich aanmeten in de relatie man en vrouw, abortus is normaal of is aanvaard, hoewel niemand het ‘prettig’ vindt, (en ook) aan de andere kant worden verregaande technieken toegepast, medisch, voor mensen die juist geen kinderen kunnen krijgen en dat wel willen. Daar worden embryo’s gemakkelijk voor geofferd, of geselecteerd of zelfs beschikbaar gesteld voor wetenschappelijk onderzoek.

De grote vraag is nu hoe wij als katholieken over deze onderwerpen kunnen spreken; wat zijn onze antwoorden die wij kunnen geven. Die antwoorden putten we zonder twijfel uit een visie die zich in de kerk over tweeduizend jaar constant heeft ontwikkeld. Dat is een visie waarbij het huwelijk wordt gezien als een monogame instelling, een monogame relatie tussen man en vrouw, die trouw beleefd wordt, waar de seksualiteit altijd <em>binnen</em> beleefd wordt en niet buiten dat huwelijk en waar geen kunstmatige ingrepen toegelaten worden die de geslachtsdaad onvruchtbaar maken. Ik vat heel kort samen hoe je dat huwelijk zou kunnen omschrijven in menselijke termen. De twintigste eeuw heeft echter een bijzondere wending gekend. In 1930 heeft de Anglicaanse Kerk ruimte geschapen voor de opvatting dat de geslachtsdaad in sommige gevallen onvruchtbaar gemaakt mag worden [1]. Dat wil zeggen dat anticonceptie of contraceptie in sommige gevallen toegelaten is. In datzelfde jaar heeft paus Pius IX de opvatting van de kerk herbevestigd, dat anticonceptie een grote zonde is[2]. In 1960 staan we dan bij het moment dat ‘de pil’ wordt uitgevonden. Dat is een preparaat dat ofwel de eisprong onmogelijk maakt, dan wel de innesteling, waardoor die pil ook een abortieve werking heeft[3]. In 1965 tijdens het Tweede Vaticaanse Concilie komt er het document Gaudium et Spes, waarin herbevestigd wordt, de dubbele doelstelling van de seksualiteit: enerzijds het geluk van de’ echtelieden, maar dat niet zonder de doelstelling van de voortplanting, de vruchtbaarheid. Maar gezien de recente ontwikkelingen zal een commissie de paus adviseren inzake – ik citeer – ‘sommige vraagstukken die nog een nadere en nauwkeurige studie nodig hebben’[4]. Die commissie adviseert tegen 1968 de paus om in het huwelijk in bepaalde gevallen contraceptie in het huwelijk toe te laten. Paulus VI echter publiceert Humane vitae in datzelfde jaar en wijst opnieuw in de lijn van de Kerk contraceptie af. Hij stelt daar tegenover niet alleen een hele positieve visie op de mens, op de vruchtbaarheid, op de relatie man en vrouw, maar stelt daarbij ook voor het begrip verantwoord ouderschap: katholieken wordt niet verwacht ‘zoveel mogelijk kinderen op de wereld te zetten’[5]. Een geboorteplanning gebruikmaken van de natuurlijke ritmen is toegelaten; uitstel of afstel van geboorten om ernstige redenen zijn toegelaten. In 1978 dan, wordt Johannes Paulus II gekozen. Die blijkt al voor zijn pauskeuze te werken aan een catechese die we nu noemen ‘de Theologie van het Lichaam’. Een van zijn eerste grote catecheseprojecten als paus is dan ook – in de periode 1979 tot 1984 – om een uitgewerkte visie van de Kerk op de seksualiteit en de vruchtbaarheid aan de wereld bekend te maken. Die visie is vooral heel erg positief over het lichaam, dat de paus ziet als een teken van Gods werkelijkheid. De mogelijkheid tot een evangelisatie, bovendien, via deze catechese, de evangelisatie van onze cultuur van na de seksuele revolutie, wordt er expliciet in genoemd. Juist het spreken over het lichaam geeft ons enorm veel aanknopingspunten om over een ruimere visie van de Kerk op seksualiteit en vruchtbaarheid te spreken. George Weigel, de biograaf van Johannes Paulus II heeft dit onderricht van de Theologie van het Lichaam genoemd een soort tikkende tijdbom die nog moet afgaan – zo goed als zeker, dat kan al niet anders meer – in de 21e eeuw waarbij dan opnieuw een visie aan hev blicht zal komen die… laten we anders zeggen: de Theologie van het Lichaam meer bekendheid zal krijgen onder de mensen. Christopher West, een specialist uit de Verenigde Staten op dit onderwerp,  die er veel over gepubliceerd heeft en de verenigde Staten rondtrekt en lezingen geeft over dit onderwerp, noemt deze Theologie van het Lichaam een ‘tweede seksuele revolutie’.

Dit als introductie op ons onderwerp van vandaag. Ik wil daar nog een privé-opmerking bij maken. In mijn persoonlijk verhaal, in ons persoonlijk verhaal is sprake van een persoonlijke bekering in 1980, ook van mijn echtgenote, en dat heeft zich juist ook op het terrein van die seksualiteit en die vruchtbaarheid afgespeeld, omdat wij voor onze bekering eigenlijk leefden volgens de normen van de wereld, maar vervolgens de rijkdom van Humane vitae; ontdekten en de natuurlijke geboorteregeling en zo ons leven hebben getracht in te vullen.

= onderbreking met muziek =

Wat valt er zo op als we de Theologie van het Lichaam aan een eerste onderzoek onderwerpen? Het eerste wat opvalt is alleen al de naam ‘Theologie van het Lichaam’. Op één of andere manier lijken theologie en het lichamelijkheid altijd heel ver van elkaar verwijderd te zijn, maar in de visie van Johannes Paulus II en van de Kerk is dat helemaal niet het geval. Theologie en lichamelijkheid zijn zeer nauw met elkaar verbonden en staan zeer dicht bij elkaar. Je kan dat al zien als je eens even de Bijbel doorwandelt. De eerste bladzijden van de Bijbel, daar gaat het over Adam en Eva die ‘één vlees’ met elkaar worden[6]. Het hoogtepunt daarvan is wel het Hooglied, waarbij de erotiek helemaal centraal staat en als een ‘goddelijk’ feit aan ons wordt gepresenteerd. Jezus doet zijn eerste wonderen tijdens een bruiloft; Paulus betrekt de relatie tussen man en vrouw op die tussen Christus en de Kerk[7], en als we aan de laatste bladzijden van de Bijbel toe zijn, dan zijn we in de ‘Openbaringen’, waar wordt gesproken van ‘de Bruiloft van het Lam[8], het eeuwige huwelijk dat we in de hemel zullen beleven.

Een tweede aspect van de Theologie van het Lichaam, dat betreft het begrip ‘een gemeenschap van personen’. Het oude beeld dat wij eigenlijk hebben, als wij spreken dat wij als beeld van God geschapen zijn, dan denken we aan een individu dat naar zijn persoonlijkheid en eigenschappen ‘beeld van God’ zou zijn, de karaktertrekken van God zou hebben[9]. Maar de paus bekijkt dat iets anders: hij ziet vooral de gemeenschap doe man en vrouw samn vormen als een beeld van de gemeenschap van Personen die God is. Als je Genesis 1 erop naslaat, dan lees je dat meteen: daar zegt God: “Laten Wij de mens scheppen”[10]. Wij, dat duidt al op een God die meer dan één persoon is, de God die wij kennen als de Drie-eenheid. En als Hij dan de mens schept, dan schrijft de schrijver van Gensis: “Man en vrouw schiep Hij hen”[11]. Het is dus bij de schepping van de dieren niet zo dat dit aspect wordt belicht. Het gaat om de gemeenschap van personen die uitdrukking is van de gemeenschap die God zelf is. Die gemeenschap van personen op aarde, man en vrouw en hun kinderen, want het gaat over een vruchtbare gemeenschap, die is geroepen om te delen in de goddelijke uitwisseling van liefde die plaats vindt in de gemeenschap van personen die God zelf is. Deze spirituele werkelijkheden worden dus uitgedrukt in het lichaam van de mens, het mannelijke lichaam en het vrouwelijke. Daarmee krijgt het lichaam een soort sacramentele functie, dat is: een teken dat een onzichtbare werkelijkheid zichtbaar maakt. Dat zien we ook al we kijekn aan een jong stel, bijvoorbeeld, een jong stel dat wandelt in de wei en verliefd is, daarin zien we een harmonie die in lichamen uitgedrukt wordt, maar die in feite een manier is om God zichtbaar te maken.

In die uitwisseling van liefde die er in de Drie-eenheid plaatsvindt en die er ook in de relatie man-vrouw plaats zou moeten vinden, daar gaat het enkel en alleen over gevende liefde. Niet alleen gevende liefde, maar ook levengevende liefde. Daar is dus een plaats voor hebberigheid of egoïsme. Het gaat over het je totaal geven aan de ander opdat die relatie levengevend zou zijn. De Vader en de Zoon geven zich geheel aan elkaar in de band met de Heilige Geest en zijn als zodanig scheppend, en ook man en vrouw geven zich totaal aan elkaar als personen en worden vruchtbaar. De totale gave bij de mens is dus dat ‘één vlees’ worden. De geslachtsdaad  krijgt daardoor een enorm positieve duiding in de Theologie van het Lichaam: juist op dat moment zijn man en vrouw misschien wel het meest ‘beeld van God’. Het lichaam van man en vrouw heeft in de Theologie van het Lichaam een zogenaamde ‘huwelijkse betekenis’. De totale gave in liefde die levengevend is, daarvoor zijn onze lichamen geschapen. Het huwelijk wordt in de Theologie van het Lichaam dan ook wel genoemd: ‘het primordiaal sacrament’, het ‘eerste’ teken dat gesteld wordt, dat in de zichtbare werkelijkheid een onzichtbare realiteit tegenwoordig stelt en zichtbaar maakt, de onzichtbare realiteit van de gemeenschap die God zelf is.

Voor een goed begrip van ons menszijn wijst de paus op drie momenten in opns menselijk bestaan. Het tweede moment daarvan, dat kunnen wij ons allemaal goed voorstellen: wij zijn mensen die leven in de geschiedenis; we hebben onze voorouder of onze kinderen of kleinkinderen, ons nageslacht. Maar wat we ons misschien niet goed realiseren is, dat er ook een oorspronkelijke situatie is geweest, een situatie van het begin, en – als gelovigen weten we dat toch wel – dat er sprake is van een toekomst, een eindbestemming. Maar de moderne mens van vandaag zal vooral in het ‘hier en nu’ leven en zich alleen bewust zijn van die geschiedenis. Jezus vertelt in zijn evangelie daarover als hij in gesprek is met de Farizeeën, die Hem aanspreken op de wet van Mozes die toestaat aan gehuwden, aanmannen, om een scheidingsbrief te schrijven. En Jezus antwoord dan dat Mozes dat heeft toegestaan om de hardheid van hun hart van de mensen, maar – zegt Jezus daarbij “In het begin was dat niet zo”[12]. Er is dus een beginsituatie geweest waarbij de mensen geen ‘verhard hart’ hadden en geen scheidingsbrieven nodig waren om problemen in huwelijken te regelen. Het begin, dat kennen we natuurlijk ook uit het boek Genesis, waar de beginsituatie wordt geschetst, met name in het tweede hoofdstuk van Genesis, in de paradijselijke situatie van Adam en Eva in de tuin.

In die oorspronkelijke situatie die volledig in harmonie is, harmonie tussen man en vrouw en tussen God en de mens, onderscheidt de paus drie fundamentele ervaringen ven de mens. De  eerste daarvan is de ervaring van de eenzaamheid het alleen zijn. De tweede daarvan is de ervaring van de eenheid, en de derde is die van de naaktheid. “Het is niet goed voor een mens”, zegt het bijbelwoord, “dat hij allen blijft”[13]. Hij gaat een hulp zoeken “die bij hem past”. DE dieren blijken daarvoor niet in aanmerking te komen. U kunt zich dat wel voorstellen: mensen die alleen achter blijven of alleen zijn nemen vaak hun toevlucht tot het aanschaffen van een hondje. Zo gaat het ook nu en zo ging het ook toen, blijkbaar. Maar op één of andere manier begrijpen we dat dat toch niet echt volstaat. Wij zijn mensen die andere mensen nodig hebben. Wij zijn personen die andere personen nodig hebben. Personen, die bewust kunnen denken, die kunnen reflecteren, die vrij zijn. Wij onderscheiden ons duidelijk van de dieren. Wij kunnen als persoon ook een relatie hebben met een persoonlijke God. We zijn, in feite, juist omdat we persoon zijn, beeld van God. En als personen verlangen we dus naar die relatie, maar die relatie verlangen we niet alleen op het geestelijk vak, maar ook op het persoonlijk vlak. Alleen zijn openbaart ons onze specifieke situatie van persoon zijn of ‘subject’ zijn, zoals we dat noemen.

De tweede ervaring is die van de eenheid. ‘Vlees van mijn vlaas, been van mijn gebeente” zegt de tekst[14]. Het lichaam van de mens en de vrouw nodigen uit tot die eenheid, die echter niet alleen lichamelijk is, maar ook geestelijk en persoonlijk. Juist omdat wij persoon zijn heeft deze ook een geestelijke dimensie. Het sleutelwoord in die eenwording is – zoals we al gezegd hebben – gevende liefde. Man en vrouw geven hun lichaam aan elkaar. De lichamelijke eenheid wordt zo tot een icoon – opnieuw  - van de gemeenschap van personen die God is: een totale gave. Het meest wordt die eenheid zichtbaar in de geslachtsgemeenschap: de eenheid die God beleeft in de drie Personen die volledig één zijn.

De derde ervaring is die van de naaktheid. Het is opvallend voor ons, die leven in de geschiedenis, dat dat een naaktheid is zonder schaamte. Dat zonder schaamte naakt leven verwijst naar die oorspronkelijke man-vrouw relatie waar man en vrouw niets van elkaar te vrezen hebben, waar man en vrouw volledig respect voor elkaar hebben, elkaar persoonlijkheid respecteren, en waar de liefde geen hebberige liefde is ten koste van de ander, waar d e andere een object wordt, maar een gevende liefde is, waar de andere persoon volledig gerespecteerd wordt. Dus pas door de zonde wordt – ook volgens het bijbelverhaal – voor de mens pas een probleem. Er komt wellust in de wereld, egoïsme, nemende liefde, en de schaamte is dan nodig om man en vrouw tegen elkaar te beschermen, iets van hun intimiteit niet direct prijs te geven. Want die zou vertrapt kunnen worden. Bescherming, dat is er een tegen het gebruik van de ander als object van plezier.

Kortom: in die beginsituatie, die we hier hebben proberen te beschrijven, de eerste tijd waarin de mens geleefd heeft, die volledig volmaakt was, niet gekwetst was door de zonde, in die situatie kunnen we zien: het oorspronkelijke en volmaakte beeld van God dat man en vrouw zijn. Het lichaam van man en vrouw heeft het doel – zeg Johannes Paulus II – om het mysterie van God te openbaren: gevende liefde, liefde in een gemeenschap van personen, levengevende liefde.

= onderbreking met muziek =

In deze eerste uitzending in een serie van drie over de Theologie van het Lichaam hebben we eens gekeken naar de situatie waarin we ons vandaag bevinden in de tijd na de seksuele revolutie. Welk antwoord formuleert de kerk in een tijd waarin op het gebied van seksualiteit en vruchtbaarheid eigenlijk alles geoorloofd is? Het antwoord van de kerk wil in de eerste plaats een positief antwoord zijn. Positief, vooral ook over het lichaam, dat teken is van een goddelijke realiteit. We hebben gekeken naar de mens van het begin, die in een tegelijk lichamelijke en geestelijke relatie treedt met ‘de hulp die bij hem past’, in de volledige onbevangenheid van de naaktheid. Er ontstaat een gemeenschap van personen, die lichamelijk is en als zodanig zichtbaar maakt wat onzichtbaar is: de gemeenschap van Personen die God is, Vader, Zoon en Geest. We blijven echter niet in dit ‘sprookje’ helaas, (wellicht), want de zonde doet zijn intrede De schaamte komt er om man en vrouw voor elkaar te beschermen. Gevende liefde maakt plaats voor lust, het oorspronkelijke plan van God lijkt beschadigd. We verlaten het paradijs en treden de geschiedenis in waarin wij nu leven, een realiteit van wel en wee, van leven en dood. God zij dank, komt God ons daar bezoeken, in de persoon van Jezus, die zijn Lichaam gaat geven, aan het kruis en in de eucharistie, om ons lichaam te verlossen. Zo kunnen we ons oriënteren op onze eindbestemming, de enige vereniging met God.

In de volgende uitzendingen, de komende twee weken, zullen we de mens in de geschiedenis en op weg naar zijn eindbestemming, nader bespreken en zien welke gevolgen dat heeft voor de manier waarop we als man en/of vrouw onze roeping beleven, als gehuwde of als alleenstaande voor het rijk van God. We zullen ook proberen op een aantal concrete vragen dan antwoord te gaan geven, zeker in de derde uitzending, bijvoorbeeld “Samenwonen of trouwen?”, “Wat is er mis met homoseksualiteit?”, “Waarom geen kustmatige en wel natuurlijke geboorteregeling?” en dergelijke. Ik dank u zover voor uw aandacht.

Terug naar overzicht


[1]Lambeth Conferentie van 1930
[2] Pius IX in zijn encycliek Casti Cunubii
[3] De pil heeft nog een derde werking: het maakt het slijm in de baarmoederhals ondoordringbaar voor mannelijke zaadcellen.
[4] Gaudium et Spes nrs. 50 en 51.
[5] Dit is geen citaat uit Humane vitae&lt maar ‘van de straat: de aantijging die je vaak tegen de Katholieke Kerk hoort.
[6] Het boek Genesis 2, 24.
[7] Brief van Paulus aan de Christenen van Efese 5, 32.
[8] Openbaringen, of Apocalyps 19, 7.
[9] Genesis 1, 27.
[10] Vrij naar Genesis 1, 26.
[11] Vers 27.
[12] Vrij naar Mattheüs 19, 8.
[13] Genesis 2,18.
[14] Genesis 2,23, uit het hoofd geciteerd…

Terug naar ‘Theologie van het Lichaam’

 

 

 

 

0 Reacties tot “1. Introductie en de Beginsituatie van de Mens”



  1. Geef een reactie

Dank u voor uw reactie! Wij zullen zeker antwoorden maar uw bericht niet publiceren.

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s




Vul uw e-mail addres in om u voor deze blog in te schrijven en per e-mail notificaties te ontvangen van nieuwe berichten.

Blog Stats

  • 34,739 hits

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 144 other followers