Vandaag zoals aangekondigd de derde en laatste uitzending van de Theologische Academie over het menselijk embryo. De reden van de keuze voor dit onderwerp ligt voor de hand: in onze tijd wordt het menselijk embryo op talloze wijzen in zijn bestaan bedreigd en er is alle reden voor om eens van dichtbij te bekijken wat er dan toch aan de hand is.

In de eerste uitzending heb ik met u gekeken naar embryo op zich, vanuit een biologische, filosofische en theologische invalshoek. We hebben toen geconcludeerd dat genetisch er geen twijfel over bestaat dat het embryo vanaf de bevruchting in de eileider werkelijk menselijk leven is. Die conclusie onderstrepen is nodig, omdat daaraan in onze tijd erg getwijfeld wordt. Geen ander organisme dan een mens zal zich uit deze ‘zygote’ ontwikkelen. Ook hebben we gezien dat de embryonale ontwikkeling geen afzonderlijke fasen kent die van elkaar te scheiden zijn. Het is dus onmogelijk te zeggen dat het embryo eerst nog geen mensje is, en na een bepaalde fase wel. Op filosofisch niveau zitten we nog wel met wat onbeantwoorde vragen: wanneer wordt een embryo een individu, een persoon en op welk moment wordt de ziel ingestort. De eeneiige tweeling zet ons voor wat vragen, net zoals het onvermogen van het embryo om in de eerste levensfasen zich al als persoon te manifesteren. Vanuit theologische perspectief hebben we vastgesteld dat het leven in de moederschoot als heilig valt op te vatten, in het bijzonder het menselijke. Het menselijk leven wordt immers gekenmerkt door een lichamelijke en geestelijke component. Wij zijn niet slechts een biologisch wezen. Hoewel we ons niet precies kunnen voorstellen dat zo’n heel klein wezentje al een onsterfelijke ziel heeft en daarover ook discussie is, kunnen we onmogelijk de negatieve conclusie trekken en dan maar doen alsof het embryo nog geen ziel zou hebben en als een diertje behandeld zou kunnen worden. Nee, het is overduidelijk dat de gehele bijbelse en kerkelijke traditie, maar ook de joodse en islamitische, elke aantasting van het ongeboren leven veroordeelt.

In de tweede uitzending hebben we gekeken naar de manieren waarop het menselijk embryo vandaag bedreigt wordt. In de eerste plaats denken we aan abortus, maar met de vooruitgang van de medische technologie, die in vele opzichten een zegen is, is het aantal levensbedreigende risico’s voor het embryo sterk toegenomen. Een echografie kan in geval van een geconstateerde handicap al een een doodvonnis inhouden voor het kind. Bij de medische begeleiding van echtparen met vruchtbaarheidsproblemen worden embryo’s ‘in vitro’ verwekt, in een glazen schaaltje in het ziekenhuis, wat al niet de ideale manier is om verwekt te worden. Bovendien worden er teveel embryo’s verwekt, zodat er ‘restembryo’s in koelkasten verdwijnen. Die kunnen bevroren worden, gebruikt voor experimenteel onderzoek of vernietigd. In alle gevallen is het embryo het slachtoffer van medische handelingen die met de beste intenties worden in gezet, om reële medische problemen het hoofd te bieden. Als er zich teveel embryo’s in de baarmoeder ontwikkelen wordt er aan ‘embryo-reductie’ gedaan, wat in feite gewoon het doden van overtollige embryo’s is. Selectie op eigenschappen leidt tot eugenetica: alleen de beste embryo’s mogen zich verder ontwikkelen. Een andere bedreiging voor het menselijk embryo is die van de contraceptie: verschillende methoden van kunstmatige geboorteregeling zijn abortief, zoals de pil en elke andere hormonale geboortebeperking, het spiraaltje. Deze twee voorkomen de innesteling zodat de vrucht verloren gaat. Om nog maar te zwijgeen van de morningafter- of noodpil en de abortuspil RU 486. En dan zijn er nog de biomedische spitstechnologieën als pogingen tot klonen en het vormen van hybriden van mensen en dieren. Kortom: genoeg ontwikkelingen in de afgelopen decennia die het menselijk embryo aangaan en in een aantal gevallen het offer van het embryonaal leven vragen.

Vandaag gaan we het menselijk embryo bespreken in de sociale en kerkelijke context. Dat is in de eerste plaats als deel van de mensheid zelf en wel in het bijzonder als vrucht van de relatie tussen een man en een vrouw. Daarna kijken we naar de samenleving en de cultuur waarin het menselijk embryo opgroeit en tenslotte de context van geloof en kerk. Zo kan het menselijk embryo van ‘bedreigde mensensoort’ worden tot bron van evangelisatie, de verkondiging van het evangelie van het leven.

Wat we met al onze beschouwingen over het menselijk embryo haast zouden vergeten is dat dat het hier gaat om de vrucht van een tenminste lichamelijke, innige ontmoeting tussen man en vrouw. De biologische mogelijkheid van de mens, die wij delen met andere hogere levensvormen om ons geslachtelijk, dus seksueel voort te planten is van een ongelofelijk verheven orde. De complexiteit van de voortplanting, de overervingsmechanismen van het erfelijk materiaal, de unieke genenmix die in het nieuwe individu ontstaan: het zijn allemaal zaken die een grote bewondering in ons kunnen oproepen. De regulatiemechanismen die bij de voortplanting een rol spelen, zoals de hormonale, zijn zodanig fijn afgestemd, dat je je er alleen maar over kan verbazen. Bij de mens weten we bovendien dat het gaat om meer dan biologie. Er vindt een ontmoeting plaats tussen personen, die in hun ontmoeting beeld van God zijn, de Gemeenschap van Personen bij uitstek, de Drie-eenheid. Man en vrouw zijn in hun vruchtbaarheid teken,dat verwijst naar God, sacrament. De gave van henzelf aan elkaar is daardoor heilig en wat er uit voortkomt mag heilig genoemd worden; Alle leven op aarde draagt het merkteken van God, als je tenminste durft te kijken naar de metafysische kant van het leven. Eens temeer is het leven, dat uit een levengevende liefdesband geboren wordt, heilig te noemen. Geen wonder dat het menselijk embryo in de ogen van de gelovige heilig is en dus beschermwaardig. De waardigheid van de mens bestaat er in dat hij lichaam en geest is, geroepen om uiteindelijk eeuwig te leven bij God. Dat geldt voor man, vrouw én kind, ook al is het nog ongeboren, dus vanaf de bevruchting. Niet alleen het embryo zelf, maar ook de context van zijn wording is ‘heilige grond‘ en verdient als zodanig gerespecteerd te worden. Daaraan raken is raken aan de heiligheid van dit menselijk leven, is schade berokkenen op natuurlijk en op het bovennatuurlijke vlak. Dat betekent – en dat vraagt de kerk ook – dat de medische begeleiding van de vruchtbaarheid volgens de Kerk drie zaken moet respecteren:

  • het recht op leven en op lichamelijke integriteit van iedere mens waarborgen, ook de ongeborene;
  • het recht binnen het huwelijk alleen samen met de huwelijkspartner vader of moeder te worden;
  • de band tussen de huwelijksdaad en het ontstaan van de nieuwe menselijke persoon te respecteren.

We hebben dit de vorige uitzending al even genoemd. Donorzaad, bevruchting in laboratoriumomstandigheden, draagmoederschap, kunstmatige inseminatie, embryo-reductie: het zijn allemaal technieken die met de beste bedoelingen ontwikkeld worden en om echtparen te helpen, maar die de waardigheid van het menselijke persoon, ouders en kind, geweld aan doen. De Kerk is een groot voorstander van wetenschappelijke en medische vooruitgang, op voorwaarde dat deze ten dienste staat van de mens en zijn integrale waardigheid, naar lichaam en geest. Helaas hebben sommige medici in onze dagen moeite om hier deze grenzen te kennen en te respecteren.

Dat brengt me bij de sociaal-culture context waarin het menselijk embryo vandaag opgroeit. Het eerste dat ik zou willen noemen is een algehele twijfel aan het bestaan van God en van een bovennatuurlijke realiteit. De heersende opvatting in onze universiteiten en opleidingscentra is dat je niet kan weten of God bestaat en een bepaald percentage van de mensen is er zelfs zeker van dat God niet bestaat. Op dat moment wordt het leven nog slechts een natuurlijke zaak, zonder bovennatuurlijke oorzaak of doel. Op dat moment valt ook het verschil weg tussen mens en dier, want er bestaat niet zoiets als een ziel die ons in staat stelt onze biologische dood te overleven. Het leven is dan ook niet langer een wonder, maar een complex fenomeen dat door louter toeval uit het niets is ontstaan, ooit, in de evolutionaire en kosmologische geschiedenis. Over onze daden hoeven we ons dan ook niet zo veel zorgen te maken, want we hoeven toch alleen maar in het hier en nu in een soort survival of the fittest verantwoording af te leggen. Als het leven dan nog geen menselijke trekken heeft, of niet meer in een terminale fase, dan is het maar ‘biologisch materiaal’, waarmee je kan doen wat je ook met een bacteriekweekje kan doen, of in een muizenexperiment. Een echte moraal blijkt ook weg te vallen: er is niet zoiets als een universele ethiek op basis van een natuurlijke morele orde; een thema waar onze huidige paus graag over spreekt en toe oproept. Moraal wordt betrekkelijk en men vindt gemakkelijk uitvluchten om bepaalde voor de mensheid toch wel stevige principes als ‘Gij zult niet doden’ – waar die ook vandaan komen, – in twijfel te trekken. Dat maakt het mogelijk bepaalde problemen niet op te lossen met een dienst aan het leven, maar met een dienst die voert tot de dood. De sterken woorden daarmee de schrik van de zwakken, want als je nog in de baarmoeder bent en een handicap hebt, heb je geen schijn van kans tegen de overmacht van  het medische apparaat. En ook de coma-patiënt kan zich niet verweren als de voeding wordt stopgezet. Johannes Paulus II heeft in zijn encycliek op klinkende wijze deze cultuur van de dood beschreven en opgeroepen tot een cultuur van het leven. Klaarblijkelijk hebben wij God nodig om te begrijpen dat het leven niet gediend is met de dood als oplossing, dat het leven slechts gediend is met een cultuur van het leven, een dienst aan het leven.

Dat brengt ons bij het laatste onderdeel van mijn mijmeringen over het menselijk embryo: de context van geloof en Kerk. Om te beginnen zijn wij ons er nauwelijks bewust van hoe absurd de betwijfeling of ontkenning van het bestaan van God is, die onze tijd zo kenmerkt. De Heilige Schrift behandelt het probleem van het atheïsme in één zin, en wel de eerste van psalm 52: “De dwaas zegt bij zichzelf: er is geen God”. Meer heeft de bijbel er niet over te zeggen. Wij kunnen er nog aan toevoegen dat het rationeel ondenkbaar is dat de levende natuur zoals wij die kennen volledig toevallig en spontaan uit het niets is ontstaan. De natuur kent een hoge mate van ordening, zit intelligent in elkaar, is zeer complex en wordt gekenmerkt wordt door een grote doelmatigheid. Hoe kan de levende natuur aan deze eigenschappen komen als er niet een intelligentie oorzaak aan vooraf gaat? Bovendien levert deze levende natuur een soort op die bij volwassenheid, zich bewust is van zijn bestaan, deze kan onderzoeken benoemen, de innerlijke wetmatigheden ervan kan blootleggen, maar die natuur ook gewoon mooi kan vinden, ze kan schilderen en tekenen, er muziek aan toevoegen, intelligent over kan spreken. Ja die levende natuur is in staat uit het ‘iets’ van de levenloze en levende natuur een ‘iemand’ te doen ontstaan, de mens die persoon is, vrij, relationeel en tenslotte, spiritueel. De mens ontdekt daarbij dat hij niet zomaar bestaat maar beeld van God is, de God die de enige redelijke verklaring is van het bestaan. Degene die zegt dat er geen God, de God naar wiens beeld hij zelf geschapen is, is dus te vergelijken met de spreker die hardop zegt dat hij niet kan spreken omdat er geen spraak bestaat. Dat is een dwaas, met alle respect.

Zodra we dus het besef van God, een persoonlijke God, weer te pakken hebben, zullen we anders naar het leven  gaan kijken, vanuit een grote dankzegging en lofprijzing, vanuit een heilig besef dat God zich in dat leven manifesteert. Zoals de herders en de wijzen dan buigen voor het Kerstkind, buigen wij in de geest ons hoofd voor het menselijk embryo dat juist in die ongelofelijk fascinerende embryonale ontwikkeling als het ware bewijst dat God bestaat, dat hier meer aan de hand is dan alleen maar biochemie voor gevorderden. Hier is God scheppend aan het werk. Dan begrijpen wij ook dat ons leven totaal zinloos zou zijn als wij niet voortleefden na onze dood. Gelukkig hebben we daar ook een klinkend bewijs van in de persoon van Jezus, die uit de dood is opgestaan, een feit waarvoor erg veel historisch bewijs is aan te voeren. Op dat moment gaan we ook het grotere plan zien en begrijpen we dat  wij daarin als vrije mensen onze rol te vervullen hebben, niet om te doen waar we zin in hebben, maar om in vrijheid het goede te doen. Want – ik vergat het u nog te melden maar u weet het maar al te goed – wij zijn getekend door de oerzonde en daardoor nogal eens niet vrij, maar gehecht aan minder fraaie zaken, geneigd dat te doen waar eigenlijk niemand op zit te wachten of beter van wordt. Als wij dus leven vanuit het besef van Gods bestaan en levende nabijheid, Zijn liefde en de wijsheid waarmee Hij de schepping heeft gemaakt, dan raken we gemotiveerd om dat objectief goede te doen, dat in feite in de natuur is gegrift. Dat is onder meer het leven, bijvoorbeeld het ongeboren leven, het beste te gunnen: een vrucht zijn van een intieme band tussen een man en vrouw in een huwelijksverbond, in de warme geborgenheid van de moederschoot, de als persoon een vrucht van de eenheid tussen personen te zijn, het recht om zelfs gebrekkig ter wereld te komen, het recht om met uitzicht op een leven dat geen einde kent ter wereld te komen. Ik loop als embryo niet het risico niet te kunnen innestelen vanwege de pillen die mijn moeder heeft geslikt, noch afgedreven te worden of vermoord. Of verwekt in een laboratorium en dan ingevroren. Ik mag ontstaan uit die intieme ontmoeting van mij vader en moeder. Rubber gaat mijn ontstaan niet beletten. Mijn ouders gaan verantwoordelijk met de vruchtbaarheid om, niet door het leven al voor het ontstaat te doden, wél door het leven verstandig te ritmeren volgens de natuurlijke ritmes van het leven. Zij zetten mij op de wereld in hun rol als medescheppers van God, op een verantwoorde wijze.

Hier spreekt de gelovige mens, die dit niet alleen persoonlijk met zijn of haar huwelijkspartner wil beleven, maar die dat ook in de wereld wil brengen als een getuigenis van geloof en leven. Bij de dokter als je zwanger bent of je moeder is terminaal ziek, of als je zelf dokter bent of werkt in de verpleging, in het onderwijs bij het geven van je lessen en het schrijven van onderwijsprogramma’s, in de politiek bij het opstellen van wetten en het toekennen van overheidsgelden, in de journalistiek bij het schrijven van artikelen en het maken van reporttages, bij organisaties van professionelen en vrijwilligers die mensen willen steunen in hun keuze voor het leven, als alternatief voor de oplossingen van de dood. Allen tezamen zijn we geroepen om een cultuur van het leven te bevorderen.

De kerk neemt daarin het voortouw, bij monde van haar herders. Paus Johannes Paulus II heeft daarvoor in zijn encycliek ‘Evangelium Vitae’ een prachtige nieuwe aanzet gegeven voor onze tijd. Helaas zijn niet alle herders en gelovigen even visionair en moedig om dat evangelie van het leven te verkondigen. Velen zwijgen, zijn bang en mijden de delicate onderwerpen. Daardoor kan die andere cultuur om zich heen grijpen en we weten dat dat in onze dagen massaal is gebeurd. Het is zelfs zover gekomen dat die cultuur waar de dood als oplossing wordt aangereikt een dictatuur dreigt te worden van opgelegde meningen, in de media, de publieke opinie en de politiek. De dictatuur van het morele relativisme noemt Paus Benedictus XVI dat, ook nu onlangs nog in Engeland. Sommigen binnen de kerk betwisten zelfs het morele onderricht van de Kerk en verspreiden relativistische moraal. ‘Soms’ zou abortus dan toch kunnen. Katholieke universiteiten weten zich soms nauwelijks te onderscheiden van universiteiten die statutair niet gehouden zijn aan de zending van de Kerk en de bevordering van het leven. Dat schept grote verwarring onder studenten, docenten en in de maatschappij. Het menselijk embryo is daarvan een van de eerste slachtoffers. Het kan zich niet verweren. Oneerbiedig gezegd, wordt het menselijk embryo daarom voor ons juist de ‘mascotte’ van dat evangelie van het leven: het leven is een heilig geschenk, dat onder alle opstandigheden beschermd, gedragen en bevorderd moet worden, juist in z’n zwakste verschijningsvorm. Er zijn andere oplossingen voor de problemen waar mensen mee kampen en die hun ertoe brengen over de rug van menselijke embryo’s hun doelen te realiseren. Zoals adoptie of het aanvaarden van kinderloosheid als jouw kruis. We hebben nood aan mensen die zich in onze rangen willen scharen en het goede nieuws van het  leven willen brengen, naar alle uithoeken van onze samenleving en deze zo her-evangeliseren. Paus Benedictus XVI heeft afgelopen zaterdag in het Londense Hyde Parc er nog toe opgeroepen: “Ieder van ons heeft een missie. Ieder van ons is geroepen de wereld te veranderen, te werken aan een cultuur van het leven, een cultuur die getekend is door liefde en respect voor de waardigheid van iedere menselijke persoon”.

Dit is dan het einde van onze driedelige serie over het menselijk embryo, die ik u als bioloog met theologische vorming, zoals ik het altijd maar pleeg te noemen, heb mogen brengen. Op de website www.biofides.eu kunt u de teksten van deze drie uitzending nog eens nalezen. U kunt daar ook reageren en vragen stellen. Mocht u in uw parochie, vereniging, groep, gemeenschap, onderwijs- of zorginstelling eens een voordracht over dit onderwerp willen krijgen, het menselijk embryo vanuit biologische én gelovig perspectief, dan nodig ik u uit dat via die website bekend te maken. Ik hoor graag van u.

Mailt u uw vragen of opmerkingen naar biofides@gmail.com

Terug naar ‘Het Menselijk Embryo’

0 Reacties tot “Het Menselijk Embryo in maatschappij en kerk”



  1. Geef een reactie

Dank u voor uw reactie! Wij zullen zeker antwoorden maar uw bericht niet publiceren.

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s




Vul uw e-mail addres in om u voor deze blog in te schrijven en per e-mail notificaties te ontvangen van nieuwe berichten.

Blog Stats

  • 34,739 hits

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 144 other followers