In deze serie van drie uitzendingen over het menselijk embryo hebben we het vorige week in het eerste deel gekeken naar biologische, filosofische en theologische aspecten van dit onderwerp.
Om te beginnen de biologie. Op grond van de erfelijke informatie hebben we geconcludeerd dat een menselijk embryo vanaf het moment van de bevruchting van de eicel door de zaadcel niets anders dan een menselijk wezentje is, ongeacht de uiterlijke vorm, het aantal cellen of de structuren van de eerste weefsel is. Geen ander levend organisme dan de mens kan zich uit de bevruchte eicel ontwikkelen. Bovendien is de ontwikkeling die van dat moment af is ingezet een continu proces zonder abrupte overgangen. Het is dus onmogelijk om een ander moment aan te duiden dat het menselijk leven zou beginnen dan de bevruchting. Elke andere redenering zoals het idee van het pre-embryo dat breed aanvaard is in de medische wereld, dat is de fase tot de innesteling in de baarmoederwand is op niets dan uiterlijke feiten gebaseerd. Ook de zogenaamde overgang van embryo in foetus rond dertien weken, als het embryo qua uiterlijk menselijke trekken krijgt is een geleidelijke overgang en een wezenlijke in de zin dat je tot die tijd, zoals in België, het kind zou mogen aborteren. Ook het aanbreken van het moment van levensvatbaarheid buiten de baarmoeder, rond de 24e week waarop Nederland de abortuswet baseert is is arbitrair: de overgag is zeer geleidelijk. Biologisch gezien is er geen enkele reden om te stellen dat er voor die overgangen geen sprake zou zijn van volwaardig menselijk leven.
We hebben gezien dat filosofen zich buigen over termen als individu, persoon en ziel. Rekening houden met het fenomeen van de eeneiige tweeling blijkt het niet zo gemakkelijk te zijn om aan te geven wanneer de bevruchte eicel nu als één individu of één persoon aangeduid mag worden of wanneer de instorting van de onsterfelijke ziel plaats vindt. De meningen zijn daarover verdeeld. Maar dat betekent voor ons en voor de kerk, niet dat we de vrucht vanaf de conceptie niet als een menselijke persoon zouden moeten behandelen.
Hoewel de theologie zich in de eerste plaats de vraag stelt naar het wezen van God zelf en zijn zelfopenbaring in de geschiedenis doet zij ook uitspraken over de mens in het licht van wat God in bijbel en traditie over de mens zegt. Daar komt ook het menselijk embryo met ter sprake, altijd met het grootste respect voor dat leven. Jeremiah durft zelfs te stellen dat God hem al kende voor hij gevormd werd in de moederschoot én een roeping voor hem had. E uiteindelijk heeft God zelf de weg van het embryo gekozen om zich definitief aan de mens te doen kennen in de menswording van zijn Zoon Jezus. Als God embryo heeft willen zijn, wie zijn wij dan om het embryo niet te respecteren? Daar komt bij dat de theologie ons leert dat de mens, meer nog dan overige levende natuur en op een unieke wijze, uiting is van de scheppende liefde van God. Het leven, ook het niet-menselijke is als zodanig heilig te noemen. En de mens, anders dan de dieren geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, is meer dan alleen biologische natuur: hij kent ook de bovennatuurlijke gave van de geest die hem ingeblazen is en die hem onsterfelijk maakt, in staat om zijn biologische dood te overleven. Raken aan het menselijk leven vanaf het begin in de moederschoot is dus op een bijzondere manier raken aan God zelf, raken aan de lichamelijke en geestelijke realiteit die in de mens samen gaan. De mens is dus meer dan ‘biologisch materiaal’. Het evangelie voegt daar nog de preferentiële liefde van God voor het kleine en weerloze aan toe, zodat wie aan de kleinste en zwakste onder de mensen komt, eens te meer de Schepper van dat leven naar zijn beeld beledigt. Elke bedreiging van het menselijk embryo is dus een grote overtreding van een van Gods belangrijkste geboden: Gij zult niet doden. De Kerk, in deze en in alle dingen spreken voor God zelf, vraagt in elke denkbare menselijke situatie, dus ook in de embryonale fase van het menselijk leven om de zogenoemde menselijke waardigheid te eerbiedigen. Vanaf de conceptie wenst zij dat het menselijk embryo als menselijke persoon behandeld wordt, naar lichaam en geest en rekening houdend met niet alleen zijn aardse, maar ook zijn eeuwige bestemming bij God.
Vandaag gaan we kijken welke de bedreigingen zijn waar het menselijk embryo in onze dagen te maken heeft. Het zijn er teveel om op te noemen in deze uitzending, dus ik noem de belangrijkste. Ik haal die onder meer uit de twee instructies van de Congregatie van de Geloofsleer over dit onderwerp:Donum vitae, geschreven in 1987 en Dignitas Personae, een ‘update’ van de Donum vitae geschreven in 2008.
De eerste en meest voor de hand liggende bedreiging is die van abortus provocatus: het gewild en actief doden van de vrucht in de moederschoot, om welke reden dan ook. Die reden kunnen zeer ernstig zijn, maar nooit in de geschiedenis van het christendom is deze daad goedgekeurd. Al in de tweede eeuw vinden we in het oudste na-bijbelse geschrift de Didachè een ondubbelzinnige en strenge afkeuring van deze oplossing, in die tijd in één adel genoemd met moord op pasgeboren kinderen. Wat is er aan de hand dat wij in onze tijd na de legalisering va abortus steeds meer berichten over moeders vinden die hun pasgeborenen doden en in hun tuin, op zolder op in afvalcontainers verbergen? Hoe groot moet hun nood zijn, maar tegelijk: hoe lang duurt het nog dat deze praktijken niet meer strafbaar zullen zijn?
Andere bedreigingen hebben te maken met de vooruitgang van de medische wetenschap en technologie. Elke zwangere vrouw wordt uitgenodigd, bijna dwingend, voor een zogenaamde echografie, prenatale diagnostiek in vaktermen. Na te vertedering van de eerste blik op het kloppende hartje kan er de ontnuchtering optreden: “Mevrouw, uw kind heeft een verhoogde kans om een mongooltje te zijn, of een hazenlipje te hebben, of – zo erg is het geloof ik nog niet – van het ongewenste geslacht te zijn. Op da moment blijkt de echo grote kans te maken op een doodvonnis uit te draaien. Abortus is dan een veelgekozen oplossing. Nu zijn er zwangerschappen waarbij het kind totaal niet levensvatbaar is én waarbij de moeder in acuut levensgevaar is. Het kind kan niet gered worden en de moeder nog wel. De kerk stelt op dat moment dat behandeling om het leven van de moeder te redden moreel gewenst is, ook als dat de onbedoelde dood van het kind tot gevolg heeft. Dit is geen abortus in eigenlijke zin, omdat de dood van het kind niet wordt nagestreefd of rechtstreeks bewerkt.
Een derde bedreiging bedreiging is die van de in vitro fertilisatie (IVF). Ouders met vruchtbaarheidsproblemen laten buiten de baarmoeder enkele kunstmatig verkregen eicellen bevruchten, onder laboratorium omstandigheden met door masturbatie men noemt dat (‘productie’) verkregen sperma. Daarna worden enkele bevruchte embryo’s in de baarmoeder teruggeplaatst, eventueel na selectie op erfelijke ziekten of andere criteria. Er is niets tegen het medisch begeleiden van de vruchtbaarheid van de mens, op voorwaarde dat die bevruchting in de baarmoeder plaats vindt en niet buiten het kader van een in het huwelijk ingebedde geslachtsdaad. Dit is namelijk om zowel biologische als ‘bovennatuurlijke’ redenen niet in het belang van het kind. Het Leids Universitair Medisch Centrum, een van Nederlands meest vooraanstaande Academische ziekenhuizen, aanvaart geen aansprakelijkheid voor eventuele gezondheidsproblemen na de geboorte van het kind. De gezondheidseffecten van deze manier van bevruchting zijn ook niet bekend, op de langere termijn. Maar dat een kind de vrucht zou moeten zijn van een innige zelfgave van twee personen, niet twee dieren, die zich lichamelijk én geestelijk verenigen in het huwelijk, het verbond van levengevende liefde, naar Gods beeld en gelijkenis, dat is iets wat de medicus als hij ongelovig is gemakkelijk kan ontgaan. Maar dat betekent niet dat IVF op geestelijk niveau, in onze relatie let God en het absoluut goede, geen gevolgen zal hebben. Ook eugenetica, het willen hebben van nakomelingen die naar onze wens geschapen zijn, ligt hier om de hoek. En er resteren embryo’s, die in koelkasten op hun bestemming wachten: ingevroren, gebruikt voor medisch onderzoek, als stamcelleverancier voor therapie, of gewoon vernietigd. Je kunt onmogelijk verdedigen dat de waardigheid van de menselijke persoon die we ook aan deze vruchten zouden moeten toekennen, hier geëerbiedigd wordt. e mens wordt bij deze technieken gereduceerd tot biologisch materiaal en met zijn eventuele ‘zielenheil’, of dat van de ouders en de artsen, wordt geen rekening gehouden. Er worden vaak meer dan één vrucht in de moederschoot ingeplant, met hert risico op ongewenste meerlingen: op dat moment kiest men soms voor ‘embryo-reductie’: het eenvoudigweg aborteren van één of enkele embryo’s.
Een stap verder in deze technologie is het inspuiten van het erfelijk materiaal van de zaadcel in een vrouwelijke eicel, opnieuw onder laboratorium omstandigheden: Intra Cellulaire Sperma Injectie(ICSI). Dat wat er nog natuurlijk was aan IVF, de samensmelting van eicel en zaadcel, is nu vervangen door medische technologie. Zo wordt het embryo van een vrucht van levengevende en persoonlijke intimiteit in liefde tot eenvrucht van laboratoriumtechnologie in de handen van artsen in een glazen schaaltje, artsen die overigens met de meest edele bedoelingen deze handelingen stellen, maar vaak niet goed weten wat zij doen vanuit religieus en ethisch perspectief.
Het klonen (of kloneren) van mensen, of door kunstmatige splitsing van de vrucht in een vroeg stadium, of door het plaatsen van een volwassen celkern in een van de kern beroofde eicel, is een vorm van ongeslachtelijke voortplanting. De mens is echter geroepen om een uniek individu te zijn en de geslachtelijke voortplanting staat daar nu juist borg voor. Een ernstige aantasting dus – opnieuw – van de persoonlijke waardigheid van het kind dat er mogelijk uit voortkomt. Overigens wil de techniek nog niet echt lukken, maar dat kan morgen anders zijn. Therapeutisch klonen houdt in dat het ongeslachtelijk verkregen embryo gedood wordt en enkel dient om onderzoek op te doen of stamcellen te leveren.
Langs geslachtelijke weg is er om die reden de zg. designer baby: een kind dat verwekt wordt met het doel om het medisch probleem van een ouder broertje of zusje op te helpen lossen door hun genetische gelijkenis. Ieder kind wil zijn broer of zus helpen, maar enkel om die reden verwekt zijn legt een ondraaglijke druk op het kind, dat zich niet geliefd en gewenst weet om zichzelf.
In Engeland hebben we al mogen horen dat men streeft naar hybride embryo, waar menselijke celkernen in een dierlijke cel worden geplaatst, die van de celkern is beroofd. Ook hier is me nog niet succesvol, maar menselijke waardigheid die inhoudt dat je volwaardig mens bent is hier natuurlijk ernstig aangetast.
Al even genoemd is het embryonaal stamcelonderzoek. Stamcellen zijn nog niet gespecialiseerde cellen die kunnen gebruikt worden va de genezing van zieke weefsel of organen, zoals hersenen (Alzheimer) of de hartspier. Die stamcellen komen voor in bepaalde weefsel van volwassen mensen, maar ook in menselijke embryo’s. De Kerk is voor stamcelonderzoek, omdat zij voor medische wetenschap is dat de mens en de mensheid dient. Komen die stamcellen echter uit embryo’s, die daarvoor gedood worden of beroofd van enkele cellen, een zeer recente techniek waarvan we de effecten van het donor-embryo nog niet kennen, dan is de waardigheid van die menselijke persoon in embryonaal stadium aangetast. Hij of zij kan er ook zijn of haar instemming niet voor geven en zou u uw kind aanmelden om in de eerste weken van de zwangerschap cellen af te staan voor de wetenschap. Ik zou het niet durven, als het al technisch mogelijk was. Resultaten van stamcellen verkregen uit volwassenen, met hun instemming, blijken gelukkig ook veel betere resultaten op te leveren. Maar de KU Leuven gaat nog steeds door met het opofferen van menselijke embryo’s om stamcelonderzoek te doen.
Contraceptie is ook een bedreiging, enerzijds omdat veel embryo’s niet eens de kans krijgen om gevormd te worden, anderzijds omdat een aantal middelen hetzij voor, hetzij na de innesteling van de ongewenste vrucht abortief zijn: de pil en andere hormonale contraceptiva, et spiraaltje, de nood- of morning-afterpil en ik noem hier ook de abortuspil RU 486.
Laten we na deze trieste opsomming even ademhalen en misschien bidden voor al die embryo’s over wie wij gesproken hebben en die ons gebed goed kunnen gebruiken, net als hun ouders en medische verantwoordelijken.
De kerk vraag om het ongeboren leven te eerbiedigen en niet te doenen. Bij de medische begeleiding van de voorplanting, waar zij ook een voorstandster van is, vraagt zij rekening te houden met drie dingen:
- geen inbreuk plegen op het leven en de lichamelijke integriteit van iedere mens, ook het embryo
- de eenheid van het huwelijk en het vader- en moederschap binnen dat huwelijk respecteren
- de bijzondere waarde va de seksualiteit respecteren, waarbij een mens ontstaat uit een liefdesdaad. De vruchtbaarheid mag omwille van de waardigheid van de mens niet gescheiden worden van de geslachtsdaad en seksualiteit.
Om die reden kan een techniek die ten koste gaat van enig menselijk embryo niet aanvaardbaar zin, ook niet als anderen daarmee geholpen zijn. Spermadonatie, inseminatie, of het kunstmatig verwekken van kinderen voor homokoppels kunnen om die redenen ook niet: eenkind heeft recht op een vader én een moeder, volgens de wetten van de natuur die van God komen. Het kind heeft het recht om i de baarmoeder en nergens anders te ontstaan uit het geslachtsverkeer van zijn natuurlijke en gehuwde ouders. Alleen dat zijn de beste omstandigheden onder welke een kind verwekt kan worden en zich ka ontwikkelen e wie wil er niet het beste voor zijn kind?
De fout die wij vaak maken is alleen naar de medisch-biologische kant van het verhaal te kijken. Die is immers zichtbaar en manipuleerbaar. Maar de mens is meer dan een medisch-biologisch object. Hij is persoon, begiftigt met een lichaam en een onsterfelijke, transcendente geest. Allen de mens die gelooft en bid kan daar echt van meespreken. Dat betekent dat we niet alleen intellectueel het bestaan van God zouden moeten aannemen en zijn geboden verstandelijk serieus nemen, maar dat we door het gebed ook in een innige band met Hem komen, zin openbaring in de geschiedenis zouden moeten overwegen. Dat is de mens die het eerste gebod centraal plaatst in zijn leven.
Hier eindigen we onze tweede uitzending over het menselijk embryo. In de laatste uitzending wil ik met u stilstaan bij over het bredere kader waarin het leven van het menselijk embryo gezien moet worden. In de eerste plaats is dat het huwelijk en daar heb ik al een voorschot op genomen. In de tweede plaats is dat de samenleving en de cultuur waarin wij leven en ten laatste kijken we naar ons kerkelijk bestaan en wat ons in deze als gelovigen te doen staat. Niets van dat alles zuig ik uit mijn duim: ik betrek het allemaal op elementaire kennis van de biologie en op de documenten van de kerk die ik al geciteerd heb. Op mijn website www.biofides.eu kunt u de teksten van deze drie uitzending terugvinden en mij vragen stellen. Ik ben ook graag bereid om eens naar u toe te komen: uw school, universiteit, zorginstelling, parochie, vereniging groep of gemeenschap en kan mij daarvoor via de website vragen. Dank u voor uw belangstelling.
Terug naar ‘Het Menselijk Embryo’

0 Reacties tot “Bedreigingen van het menselijk embryo in onze tijd”