Integrale tekst van de eerste van drie uitzendingen van Biofides bij Radio Maria Nederland, over de Ecologie van de Mens, 9 februari 2012.

Beste luisteraars van Radio Maria,

Fijn dat ik u weer mag begroeten als luisteraar van Radio Maria bij een programma over biologie en geloof. Ik stel mijzelf nog even wat nader aan u voor: ik ben oud-leraar biologie en heb mij tijdens mijn studie biologie in Utrecht, begin jaren tachtig, bekeerd van een agnostisch leven tot een geëngageerd katholiek leven. Met agnostisch bedoel ik dat ik in feite ongelovig was, maar niet fanatiek het bestaan van God ontkende: ik dacht er niet echt over na. Ik kwam uit een katholiek gezin, maar had met zo’n beetje mij hele generatie de Kerk verlaten.

De verkondiging stelde in onze ogen niet veel voor, de nieuwe liturgie met ‘die Nederlandse liedjes’ sprak ons niet aan en de hele maatschappij nam afstand van Kerk en geloof, dus ook ik. Daarvoor in de plaats kwamen nieuwe moderne inzichten op allerlei gebied, in de kerk en in de gehele maatschappij. Geloof en Kerk waren zogezegd achterhaald. Ondertussen had zich een welvaartsmaatschappij ontwikkeld die ons van de wieg tot het graf comfort wilde verzekeren. Dat ging wel ten koste van het milieu, maar het zou nog even duren totdat dat alarmerend zou worden. Ook het ongeboren leven kwam in gevaar, maar daar zagen we niet echt het kwaad van in: we waren meer bezig met de emancipatie van de vrouw. Over die veranderingen willen we het in deze serie van drie uitzendingen hebben: de ecologie van de mens. Wat ik precies met die term bedoel zal geleidelijk aan duidelijk worden.

Tijdens mijn studie, eind jaren zeventig, kwam ik in contact met een gebedsgroep van de ‘katholieke charismatische vernieuwing’ en begon mij voor het eerst serieus af te vragen of ik ergens in geloofde. Een vriend van de middelbare school met wie ik nog contact had en die zich in die ‘charismatische’ kringen bewoog, bad vijf jaar dagelijks voor mijn bekering. Die verkreeg hij op 10 januari 1980, toen ik in mijn studentenhuisje in Utrecht-Oost mijn bijbeltje opensloeg en iets las dat mij zo trof dat ik in redelijkheid niet meer kon geloven dat hier sprake was van toeval. Nee, er bleek werkelijk Iemand te zijn die mijn kende, begreep en zelfs iets t zeggen had.

Het was niet langer redelijk voor mij om aan Zijn bestaan, zijn nabijheid en liefde te twijfelen. Korte tijd later sprak ik mijn eerste biecht en ik ging verder op deze geloofsweg. Indien u dit bekeringsverhaal wat uitgebreider wil horen moet u gaan naar mijn website www.biofides.nl en klikken op Radio Maria en dan België, omdat ik bij de Belgische collega’s in Leuven onlangs dit verhaal uit de doeken heb gedaan. U kunt via mijn site het getuigenis als audiobestand beluisteren.

Terug naar ons thema van de ecologie van de mens. We zijn in het begin van de jaren tachtig en de westerse wereld begint te begrijpen dat de milieuvervuiling een ernstig probleem wordt. Wij kopen onze eetwaren in plastic verpakkingen en stoken er in enkele decennia al onze fossiele brandstoffen doorheen met onze fabrieken en onze auto’s. Landschappen worden verminkt voor de aanleg van onze snelwegen en de lucht wordt verontreinigd met onze uitlaatgassen. En dat alles omwille van de voortuigang. Tijdens mijn studie deed ik al een onderzoeksstage aan de nieuw gevormde afdeling landschapsecologie in Utrecht, waar we keken naar de oorzaken van de vergrassing van onze prachtige heidevelden in de Gelderse Vallei. De ‘groenen‘ kwamen op in de politiek en een nieuwe mentaliteit werd geboren. Tegelijkertijd waren de kerken bijna leeggelopen. Net als de traditionele politieke partijen namen ook de kerken de groene bezorgdheid wel wat over, maar niet altijd op een heel overtuigende manier. De aandacht voor de milieuproblemen leken tegenover de zorgen van gelovigen te staan voor het voortbestaan zelf van de Kerk, de opvattingen over Christus, ambt, sacramenten, moraal, etc. Er was zoveel verwarring over de geloofsinhoud en het kerkelijk leven, zoveel verschil van opvatting, zoveel polarisatie, dat het milieuvraagstuk binnen de Kerk weinig aandacht kreeg. Toch waarschuwde Paus Paulus VI al in 1971 voor de vernietiging van de natuur, maar het bleef onopgemerkt en werd overschreeuwd door de ophef die er was ontstaan over de afwijzing van de pil als anticonceptiemiddel in 1968, in zijn encycliek Humane Vitae. Johannes Paulus II sprak in zijn eerste encycliek in 1979 al van de bedreiging die er uitging van datgene wat de mens met zijn eigen handen, zijn eigen wil en zijn eigen verstand produceert

De belangstelling voor het milieu nam in de maatschappij daarentegen haast religieuze vormen aan. God had afgedaan en de Kerk werd niet meer beluisterd, maar moeder aarde werd in sommige kringen goddelijke eigenschappen toegedicht en er ontstond hier een daar haast een bijgeloof. De mens werd daarbij vaak als een schadelijke soort gezien. Met de aanvaarding in de maatschappij van de pil als middel om het aantal geboorten te regelen, was er op het menselijk vlak een mentaliteit tégen het leven aan het ontstaan: de geslachtsdaad die normaal gezien niet alleen een liefdesdaad maar ook een scheppingsdaad is, werd nu nog slechts een daad van liefde en genot, waarbij er alleen in uitzonderlijke gevallen nog een kind mocht komen. Niet dat de Kerk ooit gezegd heeft dat er van elke geslachtsdaad een kindje zou moeten komen, maar wel dat je de daad niet van de vruchtbaarheid mag beroven. Verantwoord en natuurlijk omgaan met de vruchtbaarheid van de mens, zoals Paulus VI had voorgesteld, verwerd tot een cultuur waarbij een kind een risico werd, eerder dan een geschenk. Omdat de pil ook abortief kan zijn, verwerd geboorteregeling tot de acceptatie van het doden van de vrucht in de moederschoot, of het nu met een spiraaltje is, de pil, de morning-afterpil, de overtijdbehandeling of een abortus. Inmiddels zijn we zover dat kinderen met een zware handicap ook na de geboorte doden.

Tegelijkertijd gaat de milieubeweging verder in het met alle legale en soms ook illegale middelen verdedigen van de natuur: jonge zeehondjes op de Noordpool, walvissen in de oceanen, regenwouden en het verbod op hardhout, het fokken van nerts voor de bontindustrie, etc. Er ontstond een vreemde tegenstrijdigheid: het ongeboren en later ook het terminale menselijk leven werd meer en meer bedreigd, terwijl het dierlijk en plantaardig leven in onze laatste restjes ongerepte natuur met hand en tand verdedigd werden. En de Kerken bleven op zondag bijna leeg.  Zie hier de situatie die er gegroeid is en waar we in deze serie van drie uitzendingen onze gedachten over laten gaan. Die gedachten komen niet van mijzelf, maar zijn geïnspireerd op wat ik tegenkom bij onze laatste pausen, die niet gezwegen hebben over deze problematiek, in het bijzonder laat ik mij inspireren door de laatste encycliek van Benedictus XVI, Caritas in Veritate, die daar behartigenswaardige dingen over zegt.

Wie gelooft houdt zich misschien niet in eerste instantie bezig met het milieu. Wij buigen ons over de evangeliën, bidden en vieren de sacramenten en trachten moreel een goed leven te leiden, doen misschien bijzonder goede werken. We trachten ons geloof uit te dragen in de wereld en we leren ons kruis te dragen als het eens tegen zit en vertrouwen op Gods ontferming als ons uur geslagen heeft. Maar wat met de bedreigde diersoorten, de opwarming van het klimaat, de bescherming van onze ecosystemen?

Ecologie is traditioneel een discipline van de biologie, die zoch buigt over de samenhang tussen levenloze en levende factoren in een bepaald gebied, een ecosysteem, of in onze gehele biosfeer. ‘Eco’ komt van het Griekse oikos dat huis betekent en dat we ook kennen uit de woorden ecologie, oecumene en oecumenisch concilie. Waar het op neem komt is dat we trachten ons huis op orde te hebben, of dat nu de natuur is, de samenleving of de Kerk.

Wie ecologie in biologische zin bedrijft en zich – zoals ik indertijd – druk maakt over de zure regen die onze  bossen aantast en onze heidevelden voortdurend bemest en door grassen doet overwoekerd worden, loopt onvermijdelijk met z’n neus tegen de soort Homo Sapiens aan, die nogal eens voor problemen zorgt in de natuur, vooral de laatste decennia. Het is dus onvermijdelijk om op de een of andere manier als ecoloog de mens in het plaatje mee te nemen. Dat feit heeft geleid tot de ontwikkeling van een ‘ecologie van de mens’, een multidisciplinaire studie die tracht met behulp van de biologische ecologie en alle mogelijke menswetenschappen een totaalplaatsje te schetsen en zo tot verstandige oplossingen te komen voor mens én natuur. U moet daarbij denken aan studies over bevolkingsgroei, verstedelijking, de ecologie van een dichtbevolkte regio, etc. Maar deze op zich lovenswaardige uitbreiding van de ecologie van de natuur naar de menselijke cultuur, van alleen planten en dieren naar de mens, riskeert nog een fout te maken. Dat is de fout waar de wetenschap in onze tijd zich voortdurend aan bezondigt: te doen alsof God niet bestaat. God en de transcendentie van de mens, over aanleg voor het hogere, het alles overstijgende en goddelijke, komen er niet aan te pas.

De Kerk denkt dat de wereld hier dreigt een ernstige fout te maken en dat het door die fout is dat er een merkwaardige gespletenheid zich gaat voordoen die maakt dat wij zeehondjes wél en menselijke embryo’s niet menen te moeten beschermen. Wie God loslaat verliest op één of andere manier het overzicht en maakt fouten. De één slaat linksaf en kiest voor de zeehondjes en de ander slaat rechtsaf en wil misschien nog wel opkomen voor de christelijke ethische beginselen. Dat loslaten van God en daardoor het overzicht verliezen is een thema dat zo oud is als de bijbel. De menselijke intelligentie is een geschenk van God en toont aan dat wij naar zijn beeld geschapen zijn. Indien we God loslaten verliezen we onvermijdelijk iets van onze intelligentie. De hoogmoed van het zelf het beter te weten komt voor de val. Indien God goed is, het absoluut goede in persoon, dan is het evident dat wij ook iets verliezen van ons vermogen om het goede te onderscheiden en ook de motivatie om het te doen, zoals Benedictus XVI het formuleert.

Dus moeten wij ons herbronnen aan de waarheid en die heeft een naam, is een Persoon – Jezus Christus – en heeft een Kerk gesticht. Wij katholieke gelovigen herbronnen ons als het goed is door te luisteren naar wat de Heilige Schift, de Traditie én de Kerk ons daarover zeggen. In principe zou de mens het allemaal zelf kunnen bedenken, maar verzwakt als ons denken en ons neigen tot het goede is door de aanleg tot zonde slaan we de plank nogal eens mis. Juist om die reden heeft God zich in de geschiedenis zovele malen geopenbaard, in de hoogste mate in de persoon van Jezus Christus die ons de Kerk van de Apostelen nagelaten heet als lichtbaken voor ons leven in deze wereld. En wat zegt de Kerk ons bij monde van Benedictus XVI? “Het boek van de natuur is ondeelbaar”. De mens leeft in de natuur die zeer divers is, een grote biodiversiteit kent en door God ‘goed‘ geschapen is, hijzelf zelfs zeer goed. Die mens kan de natuur niet opdelen in twee van elkaar gescheiden compartimenten: die van het milieu aan de ene kant en die van de menselijke natuur aan de andere kant. Het kan niet zo zijn, indien de natuur een ondeelbaar boek is, dat wij onze seksualiteit steriliseren, onze ongewenste kinderen aborteren, onze terminale patiënten euthanaseren en aan de andere kant onze tropische regenwouden en bedreigde diersoorten conserveren. Het een heeft toch met het ander te maken, omdat beide door God goed geschapen zijn. Op een of andere manier moeten we deze zaken bij elkaar weten te brengen en tot één integrale visie te komen op de mens in zijn milieu. Indien de mens zijn eigen natuur niet respecteert, zegt de paus, zal hij ook de levende natuur om hem heen minachten, uitbuiten en vernietigen, wat dan op hemzelf terugkeert in de vorm van ecologische rampen. Die integrale visie ontwikkelen vereist een inspanning van alle betrokken wetenschappen: de biologie, de menswetenschappen én de theologie. Dat is de uitdaging waarvoor de mensheid staat, zolang het nog kan.

In deze serie wil ik die integrale visie met u wat verder uitwerken, door in de volgende uitzending naar de mens te kijken in de schepping en in de derde uitzending die integrale visie die onze pausen ons voorstellen wat voor u te schetsen. Daarbij kijken we naar de mens als man en vrouw, naar het natuurlijke gezin, naar de mens in zijn sociale omgeving en in de wereld, inclusief het milieu.

Toen ik met Biofides begon, mijn persoonlijk apostolaat voor biologie en geloof, ben ik eerst met de grote vragen begonnen over evolutie en schepping, geloof en wetenschap. Later heb ik mij gestort op de menselijke seksualiteit en vruchtbaarheid, een thema waar biologie en theologie op een heel bijzondere manier bij elkaar komen. Ik heb mij toe wat verdiept in de theologie van het lichaam van de zalige Johannes Paulus II. Een volgende fase van de ontwikkeling van Biofides was de studie van de problematiek rond het menselijk embryo, misschien wel een van de meest bedreigde levensvormen op aarde. Hoe mogen wij biologische, filosofisch en vanuit de godsdienst tegen het menselijk embryo aankijken. We keken ook naar de vragen omtrent de vruchtbaarheidstechnieken die niet altijd door de Kerk worden toegejuicht. Maar één thema lag er nog steeds op nadere studie te wachten en dat was dat van de ecologie. En ik kan u zeggen dat ook ik nog met die vreemde tweedeling in mijn hoofd zat die van geloof en het milieuvraagstuk twee haast gescheiden onderwerpen maakten. Ik troost mijzelf met de gedachte dat ik niet de enige ben. Mensen die vandaag zogezegd ‘pro-life’ zijn en veel over hebben voor de bescherming van het ongeboren menselijk leven, lijken soms niet zoveel belangstelling te hebben voor het milieuvraagstuk. Ik hoop dat ik niemand van u tekort doe door dit te zeggen. In de wereld worden zij vaak aangeduid als ‘conservatieven’, terwijl de ‘groenen’ eerder in progressieve kampen gevonden worden. Daar is men bereid tot grote offers om de natuur te beschermen, maar de band met de Kerk en het geloof is vaak ver te zoeken. Ook hier die ik misschien bepaalde mensen tekort: ik schets een algemeen beeld. Er was wat  opschudding in de Duitse Bundestag toen paus Benedictus XVI vorig jaar de groenen, die in de Duitse politiek meer dan waar ook in Europa van invloed zijn geweest, complimenteerde om hun terechte bezorgdheid, al i de jaren zeventig, voor het milieu, zonder dat de Paus daarmee hun gedachtengoed geheel an als tot de zijnde te maken. De leden van de groene partij gaven een daverend applaus, totdat de paus benadrukte dat hij daarmee niet hun partij, maar wel hun bezorgdheid deelde: toen begonnen de andere partijen flink te applaudisseren. Wat Benedictus XVI doet is mensen van alle strekkingen, groenen, roden en blauwen, bij elkaar brengen in één integrale visie op de mens, waarbij als een paal boven water staat dat de mens zichzelf en de wereld niet geschapen heeft, maar geschapen is door een liefdevolle God die de wereld, mens en zijn milieu, in wijsheid heeft geschapen heeft en dat wij die wijsheid nodig hebben om onze aarde goed te beheren, het leven dat ons is gegeven en toevertrouwd. In de komende uitzendingen gaan we wat verder uitdiepen.

Indien u dat wenst kunt u hieronder uw vragen en opmerkingen achterlaten. U kunt ook een e-mail sturen naar biofides@gmail.com. Ik dank u hartelijk voor uw aandacht.

Verder naar deel 2 van 3 over de Ecologie van de Mens

Terug

0 Reacties tot “1. Het ecologische vraagstuk en de mens”



  1. Geef een reactie

Dank u voor uw reactie! Wij zullen zeker antwoorden maar uw bericht niet publiceren.

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s




Vul uw e-mail addres in om u voor deze blog in te schrijven en per e-mail notificaties te ontvangen van nieuwe berichten.

Blog Stats

  • 34,739 hits

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 144 other followers