Hier volgt de tekst van de derde uitzending over de ‘Ecologie van de Mens’ bij Radio Maria Nederland, 23 februari 2012.

Beste luisteraars,

Vandaag dus de derde uitzending in een serie van drie over de Ecologie van de Mens. Mijn naam is Vincent Kemme, oud-leraar biologie en beheerder van de website www.biofides.nl, waar ik biologie en geloof met elkaar in verband tracht te brengen om antwoorden op heikele vragen in onze tijd te vinden.

Een thema dat ik al jaren eens nader aan een onderzoek wilde onderwerpen was dat van de ecologie, de subdiscipline van de biologie waar het gaat om de samenhang tussen levenloze en levende factoren in onze natuur, klimaat, bodem, soortenrijkdom, interacties tussen soorten en de natuurlijke evenwichten die er bestaan. In die discipline is er vaak maar een bijrol weggelegd voor de mens, die soms zelfs eerder als een schadelijke factor wordt afgeschilderd dan als een natuurlijk onderdeel van het geheel. De milieuproblemen die we de afgelopen decennia met elkaar hebben zien ontstaan geven ook wel aanleiding om ons zorgen te maken over de manier waarop de mens met het milieu omgaat. Maar als gelovige weet je dat de mens niet zomaar een schepsel is naaste andere, maar dat hij – zoals we het vroeger zeiden – ‘de kroon op de schepping’ is. Er is dus iets van een spanningsveld tussen de manier waarop vandaag naar de natuur wordt gekeken en de manier waarop wij als gelovigen naar de mens en de schepping kijken. Om dat spanningsveld te overbruggen hanteert onze huidige paus graag de term ‘Ecologie van de Mens’, waarbij hij de natuur of het milieu én de mens hun rechtmatige plaats in het geheel wil geven, bezien vanuit de biologische wetenschap, de menswetenschappen, maar niet zonder de kennis die wij hebben van God en zijn openbaring: en de kennis van mens en natuur zoals we die vanuit bijbel en traditie ontvangen hebben. Zo wil de paus, en ik met u, komen tot een integrale visie op mens en natuur, waar beiden hun rechtmatige plaats mogen innemen, zonder elkaar weg te drukken of te vernietigen. Het heeft er – afgaande op de berichten die ons bereiken over klimaatveranderingen en het uitsterven van talloze soorten planten en dieren, alle schijn van dat deze integrale visie op mens en milieu met urgentie bekend gemaakt dient te worden, opdat mensen van alle slag, van eenvoudige burgers tot regeringsleiders en mensen uit de top van het bedrijfsleven of de internationale organisaties er wijsheid aan kunnen ontlenen voor hun handelen. Daartoe kan met name de laatste encycliek van paus Benedictus XVI, Caritas in Veritate, als inspiratiebron dienen. In elk geval laat ik me in hoge mate door dit onderricht van de paus leiden in deze drie uitzendingen.

In de afgelopen twee uitzendingen heb ik het terrein met u verkend, ook een beetje aan de hand van mijn persoonlijke geschiedenis en herinneringen aan de tijd waarin ik opgegroeid ben, zeg maar vanaf het het begin van de jaren zestig. Ik heb met u stilgestaan bij een merkwaardige tweeslachtigheid in ons denken, vandaag, waarbij we alles over lijken te hebben voor de bescherming van het milieu en onze leefomgeving, terwijl we er opvattingen op na zijn gaan houden over de beschermwaardigheid van het menselijk leven in de vroegste en laatste stadia van ons bestaan, of als we gehandicapt zijn, die eerder getuigen van een groot gebrek aan eerbied voor het leven in die specifieke situaties. Wij beschermen orang-oetangs in verre landen maar staan ‘zwangerschapsonderbreking’, een deftig woord voor het doden van een kind in de moederschoot, toe in ons directe omgeving. Ergens zijn we het overzicht op het leven in al zijn facetten kwijt en ik vermoed mét de paus dat het te maken heeft met het feit dat we in de decennia die achter ons liggen het zicht op de uiteindelijke oorsprong van het leven dat tevens het doel ervan is kwijt geraakt zijn: namelijk God zelf. Het zijn juist die decennia tijdens welke onze kerken leeggelopen zijn dat zowel het milieuprobleem, als de militante milieubeweging, als de anti-conceptie en de liberalisering van abortus en euthanasie tegelijk opgekomen zijn. En de problemen lijken zich vooralsnog niet te verminderen. In een wereld die leeft alsof God niet bestaat lijkt de mens ergens het spoor bijster te raken en met oplossingen te komen die hun doel nogal eens missen. Vaak heeft dat te maken met een te eenzijdige benadering, bijvoorbeeld eenzijdig opkomen voor het milieu, alsof moeder aarde bijna goddelijke trekken heeft en het hoogste goed is om te dienen. Anderen zijn zo vol van de technologische vooruitgang en de economische voordelen die daarbij komen, dat zij zich onvoldoende bekommeren om de negatieve effecten die dat kan hebben op het milieu. De rekening van de aangerichte schade wordt zonder scrupules doorgeschoven naar een volgende generatie. Weer anderen hebben die fascinatie voor de technologie in de medische beroepsbeoefening, dat zij de waardigheid van het menselijk leven uit het oog verliezen. Zij lijken de mens te reduceren tot een medisch-biologisch object dat technisch behandeld kan worden. Indien daar menselijk embryonaal leven voor opgeofferd moet worden zien zijn daar geen bezwaar meer in: het gaat immers maar om ‘klompjes cellen’. Weer anderen komen fanatiek op voor het ongeboren leven, maar hebben soms weinig oog voor de geestelijke en morele nood van mensen die opgroeien in een wereld zonder God, of zij interesseren zich nauwelijks voor mondiale milieuvraagstukken.

De Kerk tracht in dit geheel haar stem te laten klinken als een instantie die een grote expertise heeft opgebouwd in het omgaan met vragen aangaande de mens en de schepping. Haar inbreng is uniek, omdat zij vertrekt vanuit een liefhebbende scheppende God, die de mens het beheer van de wereld heeft toevertrouwd in vrijheid en verantwoordelijkheid. Zij mag de aarde bevolken en ‘onderwerpen’, indien ze dit doet in de wetenschap dat hem slechts het beheer over die schepping is toevertrouwd om zijn rechtmatig deel van de schepping te benutten voor het eigen bestaan, niet om haar uit te buiten, noch om zichzelf slechts te zien als een intelligente aap die geen bijzondere status heeft ten opzichte van de planten- en dierenwereld. Nee, de mens is geschapen naar Gods beeld en heeft dus ook scheppende, creatieve vermogens, om zich een cultuur te scheppen die hem voert tot iets hogers en uiteindelijk tot het hoogste: de aanschouwing van God zelf, over de grens van zijn biologische dood. Dit beeld behoed de mens voor zowel overschatting van zijn rol in de natuurlijke orde als voor onderschatting. Het beheer van de mens over de schepping staat hem toe een cultuur te ontwikkelen die het algemeen welzijn van de mensheid kunnen dienen, materieel en spiritueel, vooruitgang te boeken op voorwaarde dat die vooruitgang niet alleen technisch of materialistisch is, maar ook werkelijk humaan en moreel verantwoord. De vooruitgang die de mensheid maakt is dus deel van zijn roeping, waarmee niet gezegd wordt dat alles wat de mens ontwikkelt ook werkelijk vooruitgang is. Door zijn vrijheid is de mens ook in staat tot datgene wat niet goed is, bijvoorbeeld omdat hij de innerlijke wetmatigheid die er in de natuur opgesloten is niet eerbiedigt. Indien wij de atmosfeer dusdanig vervuilen dat zij niet meer in staat is zich te herstellen, moeten wij rekening houden met de gevolgen van ons onverantwoord handelen. De kunst is dus om in harmonie met de schepping te leven, waarbij we noch onszelf, onze naaste, dichtbij en veraf, noch het milieu tekort doen. Dat vereist wijsheid en het is de Kerk die ons die wijsheid aanbiedt in teksten zoals die van Benedictus XVI.

muziek

Hoe ziet de ecologie van de mens er dus in concreto uit. De eerste stap is – lijkt me – de erkenning van onze oorsprong in God die ook het doel is van ons aardse leven. Leven alsof God niet bestaat berooft ons van wijsheid en leidt onvermijdelijk tot onverantwoordelijk gedrag. Door het gebed en de meditatie op Gods woord, door Bijbel en Kerk gesproken, ontstaat er een harmonie in ons denken die ons in staat stelt met alles rekening te houden en evenwichtige, verantwoorde beslissingen te nemen. Dat geldt voor u en mij, maar ook voor mensen met grote verantwoordelijkheden in de samenleving. Strikt genomen hebben wij alles in huis om ook met ons blote verstand de natuurwetten te kennen en te eerbiedigen, als ook de morele natuurwet te eerbiedigen die ons zelfs los van de religie kan zeggen wat goed of kwaad is voor mens en milieu, op basis van gezond verstand. Wij zijn echter getekend door de erfzonde, die aanleg die we overgeërfd hebben van onze voorouders om niet het goede te doen en dus problemen te veroorzaken op alle terreinen van ons leven.  Wij hebben dus iets extra’s nodig om goed te leven en van ons leven geen puinhoop te maken en dat extra’s is de openbaring van God aan ons zoals we die kennen in de joods-christelijke traditie. Die openbaring heeft niet alleen iets van ‘Hier ben Ik, luister eens naar Mij’, maar ook een reddend karakter. God toont er zich barmhartig en wenst ons niet zomaar aan de gevolgen van onze fouten ten onder te laten gaan. Hij spreekt tot ons door profeten, door heilige teksten, en niet in de laatste plaats door de godmens Jezus Christus. En wie Jezus zegt, zegt Kerk, zijn mystieke lichaam, waarvan wij hier het aardse deel vormen en de roeping hebben het goede van God in de wereld te brengen door ons getuigenis, door in liefde zijn waarheid te verkondigen, samen met onze herders, ook als het gaat om onze ecologische problemen. Die Kerk zegt ons bij monde van de huidige paus dat ‘het boek van de natuur één en ondeelbaar’ is. Geschapen als de natuur is door God is er geen wezenlijk onderscheid te maken tussen de menselijke vooruitgang, de bescherming van het milieu én van de mens zelf in alle stadia van zijn leven. Dat betekent dat we alle aspecten van het leven op aarde, dat van mens én milieu, onder de loep moeten durven nemen om na te gaan of we wel goed bezig zijn. Dat is een omvangrijke, interdisciplinaire taak, waarbij de Kerk met haar visie op de mens een integrerende rol kan vervullen, de grote samenhang kan aanbrengen, tezamen met alle wetenschappelijke disciplines die iets verstandigs aan de discussie kunnen bijdragen. Geen andere instelling echter op aarde dan de Kerk slaagt er in een integrale visie op de mens en het milieu te ontwikkelen, omdat zij de enige instantie is die vanuit het standpunt van de Schepper de zaken bekijkt. Daartoe is zijn geroepen en gezonden. Daartoe is zij ook toegerust met de Heilige Geest die door haar heen spreekt.

Ik ga een poging doen, die bijna onmogelijk is in een zo kort tijdsbestek, een ecologie van de mens te schetsen, vertrekkend vanuit dat vaste geloof dat ook redelijk is, namelijk dat wij geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis en homo religiosis zijn, een van nature religieuze levensvorm op aarde, met een vrije wil en de bijbehorende verantwoordelijkheid voor zijn daden, niet slechts intelligente dieren maar personen met een eeuwige bestemming, te beginnen met onze onsterfelijke ziel, maar uiteindelijk zelfs met ons verheerlijkt lichaam, een vereniging met God in de eeuwigheid die zelfs de gehele levende natuur met ons zal delen, ook al begrijpen we nog niet hoe.

Indien we onszelf zo zien, weten we dat er alles aan gelegen is om – op macro-schaal – ons ecosysteem dat de aarde is met zorg te behandelen. Uitputting van het milieu levert bovendien schaarste op die de spanningen tussen mensen en volken doet toenemen en gemakkelijk tot oorlog kan leiden. Dus ook de wereldvrede is gediend met een goede zorg voor het milieu en een onmisbaar element van een gezonde humane ecologie. Twee groepen nog die we niet uit het oog mogen verliezen: de armen en de toekomstige generaties. Het kan niet zo zijn dat onze inspanningen om het milieu te redden te koste gaan van de armsten onder ons die nauwelijks in staat zijn om hun eigen mond dagelijks te vullen. Een gezonde ecologie van de mens veronderstelt een fundamenteel solidaire en rechtvaardige wereldeconomie, in een familie van volkeren en over de generaties heen. Dat heeft grote implicaties voor leiders van regeringen en internationale organisaties.

De ecologie van de mens veronderstelt ook een verantwoorde voortplanting van de mens om overbevolking te voorkomen, maar ook – en dat blijkt vandaag een veel groter probleem – om een te laag geboortecijfer te voorkomen. In het Westen staan we aan de vooravond van een  demografische teruggang door het dramatisch lage geboortecijfer sinds de introductie van de anticonceptie. Paus Benedictus noemt als gevaren daarvan onder meer de tekorten aan sociale hulpverlening, minder spaartegoeden voor pensioenen, minder investeringen, te weinig arbeidskrachten, minder knappe koppen, te kleine gezinnen waardoor er minder sociale samenhang is in de maatschappij.

Met het vraagstuk van de verantwoorde voortplanting komen we uit bij het van de individuele mens in zijn directe omgeving. Een gezonde ecologie van de mens vraagt om een milieu waarin een de mens optimaal kan gedijen en dat is, volgens het scheppingsplan van God – en mensen die tot het celibaat geroepen zijn daargelaten – het natuurlijke gezin. Vanuit een harmonieus huwelijks- en gezinsleven kan een volwassene zijn taak in de wereld optimaal op zich nemen. En voor een kind is een harmonieus huwelijks- en gezinsleven het veiligste ‘ecosysteem’ om evenwichtig op te groeien.  Een harmonieus huwelijks- en gezinsleven vraagt respect voor de menselijke natuur, zoals de mens geschapen is. Zo is een kind volgens de scheppingsorde de vrucht van de eenwording in liefde van een man en een vrouw die zich voor het leven aan elkaar binden en begrijpen dat zij medewerkers zijn in het scheppingsplan van God zelf. Zij hebben de roeping om teken te zijn van de scheppende liefdesgemeenschap te zijn die onze Drie-ene God, Vader Zoon en Geest, is. In de ‘ecologie’ van deze huwelijksband zijn eenwording en vruchtbaarheid onverbrekelijk aan elkaar verbonden en dienen niet van elkaar gescheiden te worden door anticonceptie of vruchtbaarheidstechnieken buiten de baarmoeder. Man en vrouw kunnen gebruik maken van de natuurlijke ritmes van de vrouw en zo genereus en op verantwoorde wijze de gezinsgrootte te bepalen. Dus geen te kleine en geen te grote gezinnen. En het kind heeft het recht om de vrucht te zijn een scheppende liefdesdaad onder de beste ‘ecologische condities’:  de trouwe liefdesband van vader en moeder die zich realiseert in de intiemste liefdesdaad waar de ideale fysiologische, relationele én geestelijke omstandigheden zijn om verwekt te worden. De ecologie van een laboratoriumschaaltje is echt een andere van die van de moederschoot, hoezeer men ook zijn best doet om de natuurlijke omstandigheden na te bootsen. Het kind heeft het recht op een vader én een moeder, van broertjes en zusjes naar de mate dat zij gegeven worden, maar ook om voor zichzelf gewild te zijn en niet verwekt omdat mijn broertje of zusje mijn stamcellen nodig had.

De ecologie van de scheppende liefdesband tussen man en vrouw laat dus ook geen steriliserende en aborterende middelen toe die kinderen niet eens de kans geven om verwekt danwel geboren te worden. De ecologie van de mens staat open voor leven, sluit zich er niet voor af en doodt het al helemaal niet. Het gebruik van deze middelen sinds de jaren zestig heeft bovendien aanleiding gegeven tot een ecologische verstoring in de relatie tussen man en vrouw. De loskoppeling van de seksuele beleving van de vruchtbaarheid heeft de deur open gezet voor buitenechtelijke relaties, de ondermijning van de huwelijksband ten gunste van samenwonen en dus minder stabiele relaties, seksueel beleefde relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht dat toch moeilijk als een positieve bijdrage aan de ecologie van de mens opgevat kan worden, en het doden van ongewenst menselijk leven vanwege het onvermijdelijk falen van voorbehoedsmiddelen. Een goede ecologie van de mens veronderstelt ook dat de samenleving en de overheid die condities schept voor het optimaal functioneren van huwelijk en gezin door bijvoorbeeld de definitie van het huwelijk als een trouwe relatie tussen een man en een vrouw  niet te veranderen en door voldoende steun aan wat grotere gezinnen. Het is niet een parlement of politieke partij die bepaalt wat een huwelijk en een gezin zijn; dat bepaalt de natuur en uiteindelijk de Schepper van de natuurlijke orde.

Het gaat mij er niet om hier wie dan ook te veroordelen – verre van dat. Mensen komen langs allerlei wegen en levenservaringen tot hun opvattingen en de keuzes die zij maken, maar dat betekent niet dat er niet zoiets als waarheid zou bestaan omtrent de dingen die wij hier beschrijven. Het gaat om de waarheid omtrent de ecologie van de mens, die we in liefde, dus zonder wie dan ook te veroordelen, met u willen delen. Die waarheid komt niet van onszelf, van een arbitrair groepje mensen, maar van God en wordt ons door de Kerk in liefde en waarheid meegedeeld. Aan ons om die waarheid te willen ontvangen en ons leven er naar in te richten.

Dat was mijn schets van de ecologie van de mens, zoals wij die zien, op grond van – naar ons schijnt – redelijke argumenten, die gedragen worden door de biologische en andere wetenschappelijke inzichten, inclusief de theologie, de studie van God en zijn openbaring aan ons. Die visie lijkt ons redelijk en navolgenswaard en tegen die integrale visie op de mens en de natuur ingaan lijkt ons vragen om problemen.

De vraag blijft nog over wat wij vandaag met die visie kunnen doen. Want we leven in een tijd en in een wereld die deze visie zovele fronten volledig tegenspreekt. Ik stel u twee dingen voor, omdat het haalbaar moet zijn, wat we ons voornemen. Het eerste is in alle domeinen van ons leven niet te leven alsof God niet bestaat. Door ons gebed, de sacramenten, maar ook onze bestudering van het geloof en onze persoonlijk heiliging – misschien moeten we ons op één of ander punt nog bekeren – kunnen we een levende en vreugdevolle getuige zijn van de God die bestaat en die liefde en waarheid is. Dat zet de wereld om ons heen aan het denken. Zou er toch meer zijn tussen hemel en aarde? Zou ik toch meer zijn dan een toevallig biologisch product? Zou de natuur toch door God geschapen zijn en niet slechts het toeval van een biologische incident dat wij evolutie noemen. Op die manier gaat de bewondering voor het leven in alle vormen en stadia weer toenemen, het wonder van het leven komt ons weer voor ogen en onze motivatie stijgt om het leven te koesteren en alleen nog te doen wat goed is voor de ecologie van de mens.

In tweede instantie kunt u bezien wat u in kerk en samenleving kan betekenen en hoe u daar de ecologie van de mens zoals de Kerk die ons voorhoudt kunt bevorderen. Binnen onze geloofsgemeenschappen is er vaak veel verwarring over hoe we deze zaken moeten zien en nog meer is dat het geval in bijvoorbeeld de politiek, bij allerlei maatschappelijke organisaties zoals milieuorganisaties, in onderwijs en zorg en ook bij de overheid en het bedrijfsleven. Het is op die plaatsen dat volgens paus Benedictus een nieuwe visie en een nieuwe creativiteit zich zou moeten ontplooien die de ecologie van de mens weer gezond kan maken. Het lijkt een monsterklus, maar als we er vandaag niet aan beginnen zullen onze kinderen er de gevolgen van ondervinden. En het kan niet anders zijn dan wat onze Schepper van ons vraagt, ieder op zijn of haar plaats en naar gelang zijn of haar mogelijkheden.

Dat was mijn driedelige serie over de ecologie van de mens aan de hand van de encycliek Caritas in Veritate van paus Benedictus XVI. Uw vragen of opmerkingen zijn zeer welkom op biofides@gmail.com. Dank u voor uw aandacht.

Terug

0 Reacties tot “3. Naar een integrale ecologie van de mens”



  1. Geef een reactie

Dank u voor uw reactie! Wij zullen zeker antwoorden maar uw bericht niet publiceren.

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s




Vul uw e-mail addres in om u voor deze blog in te schrijven en per e-mail notificaties te ontvangen van nieuwe berichten.

Blog Stats

  • 34,739 hits

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 144 other followers