In een serie van drie uitzeindingen voor Radio Maria ga ik in op het thema dat paus Benedictus XVI na aan het hart ligt: ‘de dictatuur van het relativisme’. Vandaag een inleiding waarin ik terugblik op de eerste uitzending, een aantal voorbeelden bezien van uit het standpunt van de (gelovige) bioloog en een nadere reflexie op de menselijke vrijheid in een relativistische samenleving.

Beste luisteraars van Radio Maria,

Met plezier ga ik het vandaag met u hebben over een onderwerp dat onze huidige paus erg aan het hart ligt, of beter: een zorg die hij heeft over de Westerse wereld en die hij niet onder stoelen of banken steekt: het is die van de zg. Dictatuur van het Relativisme. Ik doe dat – zoals zojuist gezegd – in het kader van een driedelige serie over dit onderwerp, waarvan dit de tweede aflevering is. Wie mij kent weet dat ik dat doe als bioloog die geboeid is door de relatie tussen biologische thema’s en de godsdienst, de katholieke in het bijzonder en de confrontatie tussen beide denkwerelden. Die confrontatie leidt onvermijdelijk tot ethische conclusies, bio-ethische in het bijzonder. De mens is net als elk ander levend schepsel een biologisch wezen, maar anders dan al die andere levende wezens is hij in staat keuzes te maken op basis van zijn vrije wil. Daardoor zou je de mens anders dan de dieren een ethisch schepsel kunnen noemen. Bovendien is de mens in staat, anders de dieren, zichzelf, de ander en zelfs God te kennen en zich te laten inspirerend door Gods spreken en handelen in de mensen geschiedenis. Zo kan de mens zijn vrije wilsbeschikking richten op wat waarlijk goed is. Want al het goede komt van God of valt samen met de persoonlijke god, Vader, Zoon en Geest, in wie wij niet zonder reden geloven.

Maar u weet net als ik dat niet iedereen er in onze tijd zo over denkt. Voor velen is God onbestaand of niet te kennen. Bij de eersten gaat het om atheïsten, die het bestaan van God vierkant ontkennen; voor de tweede om agnosten, die stellen dat je niet kunt weten of God bestaat. Volgens beiden bestaat daarmee ook geen objectieve waarheid over goed en kwaad. Zelfs het bestaan van waarheid an sich wordt in twijfel getrokken. Die ontkenning of in vraag stelling van het bestaan van waarheid is wat de Kerk en de filosofie ‘relativisme‘ noemt. Alles is betrekkelijk en er is niets dat niet relatief is, niets dat ‘absoluut’ is, absoluut waar of absoluut goed. Het absoluut ware en goede is nu juist wat de christelijke filosofie God noemt. Wij kunnen God al kennen of tenminste vermoeden op grond van een geloof in het bestaan van waarheid en goedheid, en op andere gronden, maar op één of andere manier slagen wij daar vaak niet in en concluderen wij dat we alleen te maken hebben met dat wat wij zien en kunnen aanraken. Ons verstand en de zintuigelijke waarneming, dat is waar we het mee moeten doen. De geestelijke realiteit laten we buiten beschouwing of we hebben het er erg moeilijk mee. Goed, God is onzichtbaar, maar je kan ook op redelijke gronden tot geloof komen. Bovendien heeft God zich geopenbaard, God is onze zwakheid te hulp gekomen en heeft ons verstand en onze kennis willen verlichten door zichzelf aan de mens te manifesteren. Dat was en is des te meer noodzakelijk om dat de mens, wij allemaal, onze vrije wil vaak tegen God gebruikt hebben, te beginnen bij Adam, maar niemand van ons is uitgesloten. Daardoor hebben we ons ‘lijntje‘ met God, naar wiens beeld wij geschapen zijn, doorgesneden en is onze blik op de werkelijkheid verduisterd. Wie zien God niet meer zomaar in de natuur, wij ervaren zijn nabijheid niet zomaar meer in ons geestelijk leven, wij verschuilen onszelf zelfs voor Hem, waarschijnlijk omdat wij wat voor Hem te verbergen hebben, zoals Adam en Eva dat hadden. Wij begrijpen ergens dat er iets mis is, maar hebben het vaak o zo moeilijk om dat in te zien en toe te geven.

Om ons te redden uit deze trieste situatie is God op aarde verschenen in de persoon van Jezus Christus. En deze heeft zijn Kerk gesticht om ons blijvend de middelen te geven om weer in relatie met God te leven, ons met hem te verzoenen in gebed en sacrament, en in liefde en waarheid met hem verenigd te leven, hier op aarde tot de dag dat wij er aan toe zijn om in de eeuwigheid, in God heerlijkheid, opgenomen te worden. Maar tot die tijd hebben wij een beetje strijd te leveren en moeten wij toch iets doen om ons zicht op de werkelijkheid zoals God die ziet niet te verliezen. Wij leven echter in een tijd die massaal het zicht op God verloren heeft en alles betrekkelijk vindt. In die wereld hebben wij inderdaad een strijd te leveren, want er is ‘iemand’ die heel graag wil dat wij het zicht op God kwijt zijn en dat dat zo blijft tot in de eeuwigheid. In die wereld van het relativisme doet zich een merkwaardig feit voor, zoals ik al in de eerste uitzending heb aangeraakt: wie het zicht op God kwijt is lijkt dat bestaan zonder God, zonder waarheid de ander op te willen leggen. Blijkbaar gaat het verlies van relatie met God gepaard met verlies aan vrijheid. Echt vreemd is dat niet want als er nu één verklaring is waarom de mens, een vrije wil heeft, dan is het nu juist omdat hij naar Gods beeld geschapen is. God is Persoon, en ook wij zijn persoon. En een iemand, een persoon, heeft een vrije wil. ‘Deconnectie’ tussen God en de mens gaat dus gepaard – het zou ons niet moeten verbazen – met beschadiging van ons ‘beeld van God zijn’, ‘persoon‘ zijn. Daardoor verliezen wij vrijheid, persoonlijk en als mensheid. Niet voor niets spreekt de Bijbel van de zonde (en de eerste zonde is afgekeerd te zijn van God) als een slavernij. De vrije wil stelt de mens niet alleen in staat te doen wat hij wil, zoals wij dat vaak iets te simpel verstaan, maar juist ook om het goede te doen. Het goede niet doen blijkt altijd een vorm van van verslaving met zich mee te brengen. Een van de eerste dingen die de boze ons lijkt af te willen pakken is onze vrije wil, omdat we daarmee op een verstandige manier het goede zouden kunnen doen.

Als we met paus Benedictus over onze tijd spreken, dan komen we dus niet alleen relativisme tegen, de ontkenning van het bestaan van waarheid en het goede, dus van God, maar ook van verlies aan vrijheid of – anders gezegd, toename van dictatuur. Ik wil in deze uitzending enkele concrete voorbeelden van relativisme en in het laatste deel van deze uitzending ingaan op dat verlies aan vrijheid, die toename van ‘dictatuur’. Maar laten we eerste naar wat muziek luisteren.

MUZIEK

In de vorige uitzending heb ik met u al wat dieper nagedacht over wat dat relativisme waarover we hier spreken inhoudt. Ik heb het onderverdeeld naar een aantal niveaus, die ik hier kort herhaal: het religieus niveau (het maakt niet uit welk geloof je anahangt), het filosofisch niveau (er bestaan geen ‘ware’ denksystemen, filosofie is vragen stellne, niet antwoorden vinden, want stel je eens voor dat die waar zouden zijn, dan zou er waarheid bestaan), het culturele niveau (alle culturen zijn min of meer gelijkwaradsig; de christelijke cultuur is niet beter dan de Islamitische), het wetenschappelijk en het ethisch niveau. Ik wil hier een aantal voorbeeld van relativisme bespreken die vooral te maken hebben met het wetenschappelijke, niveau, sprekend vanuit mijn achtergrond als bioloog. Er zijn zo een aantal onderwerpen te noemen, waarbij zelfs de moderne wetenschap het moeilijk heeft de waarheid te onder kennen. Daarna komt ik terug op het ethisch relativisme.

- In de eerste plaats wil ik noemen: de plaats van de mens in de schepping. Door het atheïstisch of agnostisch evolutionisme – ik ben geen tegenstander van de biologische evolutietheorie en de Katholieke Kerk ook niet – is de mens nog slechts een toevallig product van de levende natuur en verschilt hij niet wezenlijk van de hogere dieren. De geestelijke dimensie van de mens wordt door de biologie terecht niet behandeld, maar zij wordt zelfs ontkent of in elk geval onderbelicht in de visie op de mens van vandaag. Laat staan onze goddelijke oorspring als geschapen haar Gods beeld. De mens is dan niet langer een persoon, iemand, wat grote gevolgen heeft voor de manier waarop we met de mens omgaat in bijzondere, uiterste situaties. We denken dan met name aan de grote medisch-ethische vragen waar we vandaag voor staan, en waar de mens vaak gereduceerd wordt tot ‘biologisch materiaal’.

- In de tweede plaats is er het ‘gender-denken’, waarin het verschil tussen man en vrouw in hoge mate verduisterd wordt. Dit ‘gender-denken’ heeft bijvoorbeeld in de Verenigde Naties sterke verdedigers heeft. Het zou slechts om culturele verschillen gaan, die uitgewist moeten worden. Voor een bioloog, maar voor elk mens toch moeilijk te geloven. De angst om in een maatschappij terug te vallen – die er inderdaad misschien geweest is – waar de man alles en de vrouw niets te zeggen heeft – doet ons doorslaan naar het andere uiterste: de verschillen tussen man en vrouw uitwissen. Uit angst om de gelijkwaardigheid van man en vrouw kwijt te spelen komt men met de gelijkheid tussen man en vrouw op de proppen, wat natuurlijk onzinnig is. Mannen en vrouwen zijn niet gelijk, wel complementair én gelijkwaardig.

- Het derde terrein is dat van de menselijke seksualiteit. De vereniging van man en vrouw in de geslachtsdaad wordt in feite op een haast dierlijke manier besproken en beleefd, alsof wij geen vrije wil en eigen verantwoordelijkheid hebben, alsof wij geen personen zijn met een ziel, om nog maar van onze roeping vanwege God zelf, icoon van de scheppende liefdesgemeenschap die de Drie-eenheid is te zijn, te zwijgen. Bovendien worden biologisch gezien uiterst bedenkelijke praktijken voor normaal en ‘natuurlijk’ versleten, waarbij ik denk aan de homoseksualiteit. De hogere planten en diersoorten kenmerken zich door het magnifieke systeem van de geslachtelijke voortplanting en het is niet omdat één en twee apensoorten die in complexe sociale groepen leven en daar wel een homoseksueel gedrag vertonen, homoseksualiteit biologisch gezien ‘natuurlijk’ is bij de mens. De BBC wist op een dag ietwat triomfalistisch te melden dat er iets van 150 diersoorten waren geregistreerd die homoseksueel gedrag vertonen. Dat is verschrikkelijk weinig, als je bedenkt dat er vele duizenden, tienduizenden – we weten het niet eens – diersoorten bestaan. Het is dus ook in de natuur uiterst uitzonderlijk. Het is dus onwetenschappelijk om homoseksualiteit als ‘biologisch normaal’ te beschouwen.

- Een ander voorbeeld van relativisme, dus verlies aan objectieve waarheid in de wetenschap, is de manier waarop wij naar het menselijk embryo kijken. Biologisch is er geen enkele reden om de bevruchte menselijke eicel niet het statuut van ‘mens’ mee te geven. Genetisch is het een mens, fysiologisch is het een mens, en als je even geduld hebt, een week of tien, dan zie je dat het ook qua vorm, morfologisch, een mens is. Bovendien is er nog nooit een chimpansee of kangoeroe uit een menselijk embryo ontstaan. Het embryologisch proces is volledig geleidelijk en het al dan niet ingenesteld zijn in de baarmoederwand, of levensvatbaar zijn buiten de baarmoeder, verandert wezenlijk niets aan het embryo zelf. Of was u nog geen mens, dacht u, toen u nog in de eileder van uw moeder onderweg was naar de baarmoeder. Ik heb mij ooit in dat stadium bevonden. Ik neem toch aan: u ook. Dus verlaat de wetenschap het pad van de waarheid als zij iets anders beweert en worden ook wetenschappelijk uitspraken betrekkelijk.

- Dan is er de problematiek van het einde van ons leven hier op aarde, waarbij praktijken gelegitimeerd zijn die bio-medisch gezien overbodig zijn. Palliatieve zorg en terminale sedatie zijn medische ‘instrumenten’ die op een gepaste wijze, proportioneel beoefend, geen enkele aanleiding over laten om een mensenleven actief te beëindigen. Bovendien wordt hier de eventuele geestelijke dimensie, de opgang van de ziel naar God, de overgang naar de eeuwigheid, vrijwel volledig buiten beschouwing gelaten, terwijl de biomedische wetenschap geen enkele grond heeft om het bestaan van die realiteit te ontkennen.

- Een ander thema is dat van de ecologie: vanuit een terechte zorg voor het milieu en het klilaat, de biodiversiteit op onze mooie planeet, wordt het belang van die levende natuur zo hoog opgeschroefd dat de mens, die hier toch ook woont, bijna als een kwaad wordt gezien. Dierenwelzijn wordt zo hoog op de agenda gezet, dat men zich afvraagt of het welzijn van bepaalde mensen, bijvoorbeeld in de vrouwenhandel en prostitutie, daar tegen op kunnen concurreren. Het uitsterven van bepaalde diersoorten lijkt een groter probleem dan het doden van vele duizenden kinderen in de schoot van hun moeder. Elke waarheidszin lijkt hier zoek te zijn. En daarbij doen zich zelfs tendensen voor om over te gaan tot een soort pseudo-religie, waarbij niet langer God god is, maar moeder aarde.

- Tenslotte noem ik hier het Wereld-bevolkingsvraagstuk. Dit jaar mogen wij het zo goed als zeker meemaken dat wij met zeven miljard mensen op onze planeet zijn. menigeen grijpt dat aan om het gebruik van condooms te bevorderen, want hoe gaan we al die monden voeden? Wat men vergeet, maar wat blijkt uit onderzoek, is dat mensen creatieve wezens zijn en dat i de dichtstbevolkte gebieden op aarde de welvaart het hoogst is. Bovendien vergeet men dat de mens heel goed in staat is om op een natuurlijke manier verantwoord met de vruchtbaarheid om te gaan en niet een onverantwoord aantal kinderen te verwekken. Het idee dat er sprake zou zijn van overbevolking is aantoonbaar onwetenschappelijk. In het januari-nummer van The National Georgraphic stond tot mijn opluchting een artikel over dit onderwerp waarin de schrijver toegaf dat er wetenschappelijk geen reden is om van overbevolking te spreken. Als we een einde aan corruptie en oorlog zouden maken en totalitaire regimes tot het verleden zouden behoren, zouden de problemen die er zijn, hier en daar, zich snel oplossen. En als u het vliegtuig van Amsterdam naar Rome neemt, ziet u in één oogopslag dat Europa nog niet ‘vol’ is, laat staan de rest van de wereld. Het rijke en zogezegd vrije westen lijkt eerder voor een bevolkingsimplosie te staan, omdat men veel te weinig kinderen verwekt of het levenslicht gunt. De pensioenperikelen tonen da nu al aan. Ook China, las ik gisteren, heroverweegt het een-kind-politiek, omdat men te weinig werkende mensen heeft om de oudere generatie te onderhouden.

De realiteitszin, de zin voor waarheid, lijkt zoek te zijn. Het is maar een grove schets die ik hier maakt, maar het moge duidelijk zijn dat de secularistische en relativistische cultuur waarin wij leven het zicht op de wetenschappelijke waarheid nogal eens kwijt is of zaken tenminste uit hun verband rukt.

Na de muziek kom ik met u terug op de ethiek waar het relativisme toeslaat en wil ik u nog iets zeggen over het dwingende karakter van het relativisme dat ons omringt.

MUZIEK.

Een groot probleem dat het relativisme met zich meebrengt is niet alleen het ontkennen van het bestaan van waarheid, filosofische gezien, maar ook op moreel of ethisch gebied, daar waar het niet slechts ons weten betreft maar ook ons handelen. Het ontkennen van de waarheid op het niveau van het weten geeft aan de persoon en de samenleving al de nodige onrust. Van niets kan je zeker zijn. Nergens kun je in geloven. Geen enkele opvatting over het bestaan is te vertrouwen. Je keuze voor de ene of ander filosofie is arbitrair. Uiteindelijk geloof je nergens meer in, want alles is relatief en niets is van blijvende waarde, niets is waar. Hetzelfde geldt trouwens voor personen: er is niemand op wie je werkelijk kunt vertrouwen.

Eén stap verder is de morele relativiteit. Dan gaat het over ons handelen op basis van dat niet weten. En ons handelen heeft gevolgen, voor ons zelf, voor onze naaste en voor de gehele samenleving. In het relativisme bestaat er geen absoluut goed en kwaad. Wat goed en kwaad is hangt af van jou als individu en van een democratische meerderheid, of van een tiran in een dictatuur. Omdat de waarheid over bijvoorbeeld de menselijke seksualiteit onbestaand is, is het al dan niet goed zijn seksuele handelingen een zaak van het individu, van uw persoonlijke opvatting op dat moment en van de heersende opvatting in de samenleving die in een democratisch besluit vervat ligt. Het doden van ongeboren leven is goed als de meerderheid van de bevolking dat goed vindt. Het huwen van mensen van het gelijke geslacht ook. Het doden van pasgeboren kinderen met ernstige aandoeningen ook en van terminale wilsonbekwame mensen misschien ook wel. Tot daartoe kan je nog zeggen, ‘leer er mee leven’, maar vreemd genoeg wordt vervolgens die heersende opvatting dwingend opgelegd aan de leden van de samenleving. Een verpleegster of arts moet misschien wel meewerken aan euthanasie. Of een ambtenaar wordt verplicht om een homohuwelijk in te zegenen. Wij worden gedwongen – en hier komt de grote paradox – ‘tolerant’ te zijn, u hoort het goed: ‘gedwongen om tolerant te zijn’. Onze samenleving wordt intolerant tegenover mensen met gewetensbezwaren, mensen die om religieuze, filosofische of zelfs wetenschappelijke redenen in een bepaalde waarheden geloven. Men is doodsbang dat mensen die in waarheden geloven (in God) hun wil opleggen aan diegenen die relativistisch denken. Dus dwingt men deze mensen op een intolerante wijze zo gezegd ‘tolerant’ te zijn. Paus Benedictus zegt daarover dat waarheid altijd met tolerantie gepaard moet gaan. De reden daarvoor is dat God ons als vrije mensen gemaakt heeft, en dat het mensen die in de waarheid geloven dus niet toekomt om andere tot iets te dwingen. Maar zo is het blijkbaar niet overgekomen bij de mensen, want men vreest met grote vreze intolerantie van de kant van gelovigen en mensen die in waarheid geloven, bijvoorbeeld op het terrein van seksualiteit en huwelijk, het ongeboren leven, etc. We kennen wel godsdiensten die de vrijheid van de mens erg beknotten, maar in het christendom is daar als het goed is geen sprake van. Misschien hebben wij christenen echter wel fouten gemaakt in het verleden en teveel christelijke waarheden aan leden van de samenleving opgelegd, zonder het goed te beseffen. Dan zou de huidige verwerping van elke waarheid, religieus, filosofisch of moreel, een reactie zijn op die fout uit het verleden. Hoe het ook zij, nu zitten we opgescheept met een samenleving waar ‘alles kan en alles mag’, behalve in de waarheid geloven en zeggen dat er zaken zijn die absoluut niet goed zijn. Wat waar is en goed wordt bepaald door het individu en om het let elkaar uit te houden door een democratische meerderheid. Wie echter een minderheidsopvatting er op nahoudt wordt maar moeizaam getolereerd, maar in feite vervolgd. Niet God, de filosofie of de wetenschap maakt uit wat waar een goed is, maar de mens zélf en de parlementaire democratie.

Een socioloog uit Australië, Michael Casey, stelt als oplossing voor om in die relativistische samenleving niet opeens opnieuw ‘de waarheid’ te gaan verkondigen, maar openheid voor waarheid te promoten aangevuld met solidariteit. Als de samenleving het bestaan van waarheid niet uitsluit, en zichzelf ziet als een soort familie waarbinnen mensen met uiteenlopende opvattingen het samen kunnen uithouden, dan is er ook ruimte voor diegenen die in God de waarheid omtrent de mens vinden. Tolerantie zonder openheid voor de waarheid blijkt in onze Westerse wereld tot een dictatuur te worden, waarbij minderheden gedwongen worden ‘tolerant’ te zijn ten opzichte van situaties en praktijken die met de waarheid in strijd zijn. En daarmee is de samenleving die niet tenminste een openheid heeft naar de waarheid een intolerante samenleving geworden.

De Katholieke Kerk heeft nog de afgelopen week bij monde van haar permanent vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties, Mgr. Tomasi, eraan herinnerd dat zij elke vorm van intolerantie of geweld ten opzichte van mensen met een bepaalde – wat men noemt – ‘seksuele oriëntatie’ afkeurt. Ook in de Katholieke Catechismus kan je lezen dat zij elke vorm van onrechtmatige discriminatie tegenover homoseksuelen afwijst. Zij maakt daarbij wel een duidelijk onderscheidt tussen ‘seksuele gevoelens en opvattingen’ enerzijds en seksueel gedrag anderzijds. Het hebben van gevoelens of opvattingen, daar kan je als samenleving of overheid niet tussenkomen. Voor bepaalde gedragingen echter, zoals pedosekualiteit, daar heb je als samenleving en overheid wel degelijk een verantwoordelijkheid, aldus de permanent vertegenwoordiger bij de VN. Maar de Kerk maakt zich ook ernstige zorgen over de agressie die mensen met bepaalde opvattingen over – bijvoorbeeld – homoseksualiteit te wachten staat, opvattingen die zij baseren op hun religieuze overtuigingen, of zelfs op wetenschappelijke opvattingen. Zij worden gestigmatiseerd en soms zelfs vervolgd. Deze aanvallen zijn – aldus de Kerk – schendingen van fundamentele mensenrechten, die nooit te rechtvaardigen zijn.

Daarmee lopen we al een klein beetje vooruit op de derde en laatste uitzending die ik graag voor u verzorg in deze serie over ‘de Dictatuur van het Relativisme’. We hebben hier namelijk gezien hoe een socioloog en de kerkelijke vertegenwoordiging bij de Verenigde Naties op deze dreigende ‘dictatuur’ in onze westerse samenleving reageren. In die volgende uitzending wil ik graag met u nadenken hoe u en ik als katholiek christen ons kunnen opstellen, niet allen aal persoon, maar ook als echtpaar, als gezin, als lid van een of andere gemeenschap, als lid van de katholieke kerk of van een andere kerkelijke gemeenschap en als burger in de samenleving. Laat ik daar nu al van zeggen dat dat een verhaal wordt waarin ik de hoop door wil laten klinken, al moet ik toegeven wel eens te neer gedrukt te worden door de werkelijkheid waarin wij vandaag leven. Zo was ik zondag aanwezig bij de Mars voor Het Leven in Brussel, waar 3000 meest jongere mensen er voor uit komen dat de waarheid over het leven in de moederschoot het waard is verkondigd te worden, zonder ook maar iemand te veroordelen die die waarheid niet onderkent. Blijkbaar staat er langzaamaan een generatie op die de oudere generatie ‘de les gaat lezen’ (ik bedoel dat niet negatief) over hoe het leven in elkaar zit. Dat is de generatie die we straks ook in Madrid zullen zien, ‘s werelds grootste jongerenhappening, waarvan Johannes Paulus II zei: “Als de Verenigde Naties geen wereldjongeredagen willen organiseren, dan zullen wij het wel doen”. En zie het resultaat! En ik zie ook iets van die hoop in de Arabische landen, hoe treurig ook maar het minste bloedvergieten is: een nieuwe lente in een regio waar de religieuze waarheid en die betreffende de vrijheid van de mens niet gemakkelijk onderkent wordt. En tenslotte: Benedictus XVI maakt er in het boek ‘Licht van de Wereld’ gewag van hoe bisschoppen uit de gehele wereld hem vertellen van groepen, bewegingen en gemeenschapen binnen de Kerk die opstaan en een nieuwe geluid laten horen van een waarheid die in liefde beleefd wordt en aan de mens wordt bekend gemaakt.

Indien u de tekst van deze uitzendingen wil nalezen, gaat u dan naar mijn website www.biofides.eu. Graag ga ik ook in op uw vragen of opmerkingen, na de muziek of via de website. Ik dank u zover voor uw aandacht.

Klik hier voor deel 1 van deze serie

Klik hier voor deel 3 van deze serie

Terug naar ‘De Dictatuur van het Relativisme’

0 Reacties tot “De Dictatuur van het Relativisme – deel 2”



  1. Geef een reactie

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s




Vul uw e-mail addres in om u voor deze blog in te schrijven en per e-mail notificaties te ontvangen van nieuwe berichten.

Blog Stats

  • 30,228 hits

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 134 other followers