Het woord schepping verwijst naar een oude en diepe overtuiging, dat de wereld zoals wij die kennen niet ‘zomaar’ uit zichzelf is ontstaan, maar door een bovennatuurlijk goddelijk wezen tot stand zou zijn gebracht, in stand zou worden gehouden en tot een voltooiing wordt gevoerd. De basis voor dit scheppingsgeloof vinden we in ons westerse denken in de drie grote ‘monotheïstische’ godsdiensten, genoemd in volgorde van ontstaan: Jodendom, Christendom en Islam, godsdiensten die het bestaan van één God, schepper van hemel en aarde verkondigen.
Het aan de basis van dit scheppingsgeloof liggende verhaal is dat van de eerste hoofdstukken van het eerste boek van de bijbel: het boek Genesis. Alle drie van deze godsdiensten beschouwen dat verhaal of die verhalen als van fundamenteel belang voor het begrijpen waarom er bestaat wat er bestaat: de kosmos, het leven op aarde en de mens. Zonder een goddelijke schepper is het bestaan zoals we dat kennen niet denkbaar. Louter toeval kan niet de ultieme oorzaak zijn van het bestaan van dit alles. Bovendien geeft dat geloof ook een doel aan dat bestaan: uiteindelijk keert elk leven terug tot God, die buiten de ruimte en tijd ‘is’ en die nog stoffelijk, noch een energie is. Ruimte, tijd, materie en energie, de vier hoofdcomponenten van ons bestaan in de kosmos, zijn geschapen zaken uit het niets, door een eeuwige Goddelijke persoon, een persoon die maakt dat ook de mens, anders dan een dier, persoon is, iemand, met een onsterfelijke ‘ziel’.
- Scheppingsgeloof bij de grote godsdiensten
- Scheppingsgeloof en de Katholieke Kerk
0 Reacties tot “Schepping”